pasear
“pasear” betekent “uitlaten” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
uitlaten, uitlatenOok: paraderen

📝 In Actie
¿Puedes pasear al perro después de cenar?
A1Kun jij de hond uitlaten na het avondeten?
Mi abuelo siempre me paseaba en su coche viejo.
A2Mijn opa nam me altijd mee voor een ritje in zijn oude auto.
Woordverbindingen
een wandeling maken, rondslenteren/wandelenOok: rondrijden

📝 In Actie
Me gusta pasearme por el centro histórico los domingos.
A2Ik maak graag op zondag een wandeling door het historische centrum.
Cuando estoy estresado, me paseo por el jardín para relajarme.
B1Als ik gestrest ben, loop ik door de tuin om te ontspannen.
Woordverbindingen
Indicative
Present
Imperfect
Preterite
Subjunctive
Present Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "pasear" in het Spaans:
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: pasear
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'pasear' correct in zijn reflexieve vorm?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie
📚 Etymologie
Komt van het Vulgair Latijnse woord *passāre*, wat 'stappen' of 'passeren' betekent, wat evolueerde naar het idee van rustig voortbewegen.
Eerste vermelding: Medieval Spanish (around the 13th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'pasear' en 'caminar'?
'Caminar' betekent simpelweg 'lopen' (zoals voor lichaamsbeweging of om van punt A naar punt B te gaan). 'Pasear' of 'pasearse' betekent 'slenteren' of 'wandelen voor plezier'—het benadrukt het ontspannen, plezierige karakter van de beweging, vaak zonder een specifieke bestemming.
Hoe vervoeg ik 'pasear'? Is het onregelmatig?
'Pasear' is een volkomen regelmatig -ar werkwoord, wat het heel gemakkelijk maakt om te vervoegen! Gebruik gewoon de standaard uitgangen voor de indicatief, conjunctief en gebiedende wijs.

