Inklingo

pasear

pah-seh-AHRpa.seˈaɾ

pasear betekent uitlaten in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

uitlaten, uitlatenOok: paraderen

WerkwoordA1regular ar
Een persoon die een rode lijn vasthoudt en een blije bruine hond uitlaat op een groen parkpad.
infinitivepasear
gerundpaseando
past Participlepaseado

📝 In Actie

¿Puedes pasear al perro después de cenar?

A1

Kun jij de hond uitlaten na het avondeten?

Mi abuelo siempre me paseaba en su coche viejo.

A2

Mijn opa nam me altijd mee voor een ritje in zijn oude auto.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • caminar (lopen (algemeen))
  • dar un paseo (een wandeling maken)

Veelvoorkomende Collocaties

  • pasear en bicicletafietsen
  • pasear por la playalangs het strand wandelen

een wandeling maken, rondslenteren/wandelenOok: rondrijden

WerkwoordA2regular (reflexive) ar
Een gestileerd figuur loopt alleen over een kronkelend pad omringd door groene bomen, genietend van een wandeling.
infinitivepasearse
gerundpaseándose
past Participlepaseado

📝 In Actie

Me gusta pasearme por el centro histórico los domingos.

A2

Ik maak graag op zondag een wandeling door het historische centrum.

Cuando estoy estresado, me paseo por el jardín para relajarme.

B1

Als ik gestrest ben, loop ik door de tuin om te ontspannen.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • pasearse en cocheeen autoritje maken

Indicative

Present

yopaseo
paseas
él/ella/ustedpasea
nosotrospaseamos
vosotrospaseáis
ellos/ellas/ustedespasean

Imperfect

yopaseaba
paseabas
él/ella/ustedpaseaba
nosotrospaseábamos
vosotrospaseabais
ellos/ellas/ustedespaseaban

Preterite

yopaseé
paseaste
él/ella/ustedpaseó
nosotrospaseamos
vosotrospaseasteis
ellos/ellas/ustedespasearon

Subjunctive

Present Subjunctive

yopasee
pasees
él/ella/ustedpasee
nosotrospaseemos
vosotrospaseéis
ellos/ellas/ustedespaseen

Imperfect Subjunctive

yopaseara/pasease
pasearas/paseases
él/ella/ustedpaseara/pasease
nosotrospaseáramos/paseásemos
vosotrospasearais/paseaseis
ellos/ellas/ustedespasearan/paseasen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "pasear" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: pasear

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'pasear' correct in zijn reflexieve vorm?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
el paseo(de wandeling, de promenade)Zelfstandig naamwoord
paseador/a(uitlater (bijv. hondenuitlater))Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Vulgair Latijnse woord *passāre*, wat 'stappen' of 'passeren' betekent, wat evolueerde naar het idee van rustig voortbewegen.

Eerste vermelding: Medieval Spanish (around the 13th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: passearFrench: passer

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'pasear' en 'caminar'?

'Caminar' betekent simpelweg 'lopen' (zoals voor lichaamsbeweging of om van punt A naar punt B te gaan). 'Pasear' of 'pasearse' betekent 'slenteren' of 'wandelen voor plezier'—het benadrukt het ontspannen, plezierige karakter van de beweging, vaak zonder een specifieke bestemming.

Hoe vervoeg ik 'pasear'? Is het onregelmatig?

'Pasear' is een volkomen regelmatig -ar werkwoord, wat het heel gemakkelijk maakt om te vervoegen! Gebruik gewoon de standaard uitgangen voor de indicatief, conjunctief en gebiedende wijs.