hablar
“hablar” betekent “praten” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
praten, spreken

📝 In Actie
¿Hablas inglés?
A1Spreek je Engels?
Me gusta hablar con mis amigos por teléfono.
A1Ik praat graag met mijn vrienden aan de telefoon.
Por favor, habla más despacio.
A2Spreek alstublieft langzamer.
praten over
Ook: bespreken, gaan over
📝 In Actie
Estamos hablando de la película.
A2Wij praten over de film.
¿De qué hablaban ustedes?
A2Waar hadden jullie het over?
El libro habla sobre la importancia de la amistad.
B1Het boek gaat over het belang van vriendschap.
toespraak houden tot
Ook: aanspreken
📝 In Actie
El presidente hablará a la nación esta noche.
B1De president zal vanavond de natie toespreken.
Tengo que hablarle a mi jefe sobre un asunto importante.
B1Ik moet mijn baas aanspreken over een belangrijke kwestie.
La directora les habló a los estudiantes en la asamblea.
B2De directeur sprak de studenten toe tijdens de bijeenkomst.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "hablar" in het Spaans:
aanspreken→bespreken→gaan over→praten→praten over→spreken→🗣️ Practice in a Tongue Twister
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: hablar
Vraag 1 van 1
Welke zin zegt correct 'Wij praten over het boek'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het informele Latijnse woord 'fabulāri', wat 'kletsen' of 'verhalen vertellen' betekende. Het verving uiteindelijk het meer formele klassieke Latijnse woord voor 'spreken', namelijk 'loqui'.
Eerste vermelding: Around the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'hablar' en 'decir'?
'Hablar' gaat over de algemene handeling van praten of spreken. Bijvoorbeeld: 'Me gusta hablar' (Ik vind het leuk om te praten). 'Decir' gaat over de handeling van iets specifieks zeggen. Bijvoorbeeld: 'Él dice hola' (Hij zegt hallo). Dit komt overeen met het Nederlandse onderscheid tussen 'praten' en 'zeggen'.
Hoe weet ik of ik 'hablar con', 'hablar de' of 'hablar a' moet gebruiken?
Het is eenvoudig! Gebruik 'hablar con' voor 'met iemand praten' (een gesprek). Gebruik 'hablar de' voor 'over een onderwerp praten'. Gebruik 'hablar a' voor 'tegen iemand spreken', wat vaak formeler of eenzijdiger klinkt.


