Inklingo

hablar

ah-BLARaˈβlaɾ

praten, spreken

WerkwoordA1regular ar
Twee vrienden zitten aan een cafétafel buiten, glimlachend en met elkaar pratend, met koffiekopjes voor zich.
infinitivehablar
gerundhablando
past Participlehablado

📝 In Actie

¿Hablas inglés?

A1

Spreek je Engels?

Me gusta hablar con mis amigos por teléfono.

A1

Ik praat graag met mijn vrienden aan de telefoon.

Por favor, habla más despacio.

A2

Spreek alstublieft langzamer.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • hablar por teléfonotelefoneren
  • hablar en voz altahardop spreken
  • hablar un idiomaeen taal spreken

Idiomen & Uitdrukkingen

praten overOok: bespreken, gaan over

WerkwoordA2regular ar
Een leraar wijst naar een wereldkaart op een whiteboard en legt de geografie uit aan een groep studenten.
infinitivehablar
gerundhablando
past Participlehablado

📝 In Actie

Estamos hablando de la película.

A2

Wij praten over de film.

¿De qué hablaban ustedes?

A2

Waar hadden jullie het over?

El libro habla sobre la importancia de la amistad.

B1

Het boek gaat over het belang van vriendschap.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • hablar de negocioszaken bespreken
  • hablar sobre el futuroover de toekomst praten

toespraak houden totOok: aanspreken

WerkwoordB1regular arformal
Een politiek leider staat achter een spreekgestoelte met microfoons en spreekt een grote, wazige menigte toe.
infinitivehablar
gerundhablando
past Participlehablado

📝 In Actie

El presidente hablará a la nación esta noche.

B1

De president zal vanavond de natie toespreken.

Tengo que hablarle a mi jefe sobre un asunto importante.

B1

Ik moet mijn baas aanspreken over een belangrijke kwestie.

La directora les habló a los estudiantes en la asamblea.

B2

De directeur sprak de studenten toe tijdens de bijeenkomst.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • dirigirse a (zich richten tot)

Veelvoorkomende Collocaties

  • hablar al públicohet publiek toespreken
  • hablar ante un juradovoor een jury spreken

Indicative

Present

yohablo
hablas
él/ella/ustedhabla
nosotroshablamos
vosotroshabláis
ellos/ellas/ustedeshablan

Imperfect

yohablaba
hablabas
él/ella/ustedhablaba
nosotroshablábamos
vosotroshablabais
ellos/ellas/ustedeshablaban

Preterite

yohablé
hablaste
él/ella/ustedhabló
nosotroshablamos
vosotroshablasteis
ellos/ellas/ustedeshablaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yohable
hables
él/ella/ustedhable
nosotroshablemos
vosotroshabléis
ellos/ellas/ustedeshablen

Imperfect Subjunctive

yohablara
hablaras
él/ella/ustedhablara
nosotroshabláramos
vosotroshablarais
ellos/ellas/ustedeshablaran

🔀 Commonly Confused With

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "hablar" in het Spaans:

🗣️ Practice in a Tongue Twister

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: hablar

Vraag 1 van 1

Welke zin zegt correct 'Wij praten over het boek'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
el habla(spraak, het spreken)Zelfstandig naamwoord
hablante(spreker)Zelfstandig naamwoord / Bijvoeglijk naamwoord
hablador/a(praatgraag, kwebbelachtig)Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het informele Latijnse woord 'fabulāri', wat 'kletsen' of 'verhalen vertellen' betekende. Het verving uiteindelijk het meer formele klassieke Latijnse woord voor 'spreken', namelijk 'loqui'.

Eerste vermelding: Around the 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: falarGalician: falarCatalan: parlar

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'hablar' en 'decir'?

'Hablar' gaat over de algemene handeling van praten of spreken. Bijvoorbeeld: 'Me gusta hablar' (Ik vind het leuk om te praten). 'Decir' gaat over de handeling van iets specifieks zeggen. Bijvoorbeeld: 'Él dice hola' (Hij zegt hallo). Dit komt overeen met het Nederlandse onderscheid tussen 'praten' en 'zeggen'.

Hoe weet ik of ik 'hablar con', 'hablar de' of 'hablar a' moet gebruiken?

Het is eenvoudig! Gebruik 'hablar con' voor 'met iemand praten' (een gesprek). Gebruik 'hablar de' voor 'over een onderwerp praten'. Gebruik 'hablar a' voor 'tegen iemand spreken', wat vaak formeler of eenzijdiger klinkt.