Inklingo

habla

AH-blahˈa.βla

habla betekent hij/zij spreekt in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

hij/zij spreekt, u spreektOok: spreek!

WerkwoordA1regular ar
Een vriendelijke vrouw staat en praat actief, met kleurrijke, abstracte geluidsgolven die vanuit haar mond naar buiten stralen om de actie van spreken duidelijk te illustreren.
infinitivehablar
gerundhablando
past Participlehablado

📝 In Actie

Mi hermana habla español y francés.

A1

Mijn zus spreekt Spaans en Frans.

Disculpe, ¿usted habla inglés?

A1

Pardon, spreekt u Engels?

¡Habla más despacio, por favor!

A1

Spreek alstublieft langzamer!

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • habla por teléfonobelt / spreekt aan de telefoon
  • habla en seriois serieus / spreekt serieus

spraakOok: manier van spreken, dialect

Een eenvoudig, gestileerd profielsilhouet van een menselijk hoofd tegen een lichte achtergrond, met abstracte, vloeiende lichtlinten die uit de mond komen, wat het concept van menselijke spraak voorstelt.

📝 In Actie

El habla es una de las capacidades que nos diferencia de los animales.

B2

Spraak is een van de vermogens die ons onderscheiden van dieren.

Reconozco su habla; es de Andalucía.

B1

Ik herken zijn manier van spreken; hij komt uit Andalusië.

Después del susto, se quedó sin habla.

B1

Na de schrik was ze sprakeloos.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • el don del hablahet geschenk van de spraak
  • perder el hablazijn spraak verliezen

Indicative

Present

yohablo
hablas
él/ella/ustedhabla
nosotroshablamos
vosotroshabláis
ellos/ellas/ustedeshablan

Imperfect

yohablaba
hablabas
él/ella/ustedhablaba
nosotroshablábamos
vosotroshablabais
ellos/ellas/ustedeshablaban

Preterite

yohablé
hablaste
él/ella/ustedhabló
nosotroshablamos
vosotroshablasteis
ellos/ellas/ustedeshablaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yohable
hables
él/ella/ustedhable
nosotroshablemos
vosotroshabléis
ellos/ellas/ustedeshablen

Imperfect Subjunctive

yohablara
hablaras
él/ella/ustedhablara
nosotroshabláramos
vosotroshablarais
ellos/ellas/ustedeshablaran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "habla" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: habla

Vraag 1 van 2

Welke zin is grammaticaal correct?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
hablar(spreken)Werkwoord
hablante(spreker)Zelfstandig naamwoord
hablador/a(praatgraag)Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
tabladiabla
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord 'fabulari', wat 'praten, kletsen of verhalen vertellen' betekende. Na verloop van tijd verzachtte de 'f'-klank aan het begin tot een 'h' (die nu stil is in het Spaans), wat ons het moderne woord 'hablar' en zijn vormen zoals 'habla' opleverde.

Eerste vermelding: Around the 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: falaItalian: favellaFrench: parler (from a different root, but related concept)

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom is het 'el habla' als 'habla' een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is?

Het is een speciale regel in het Spaans om de taal beter te laten klinken. Wanneer een vrouwelijk zelfstandig naamwoord begint met een beklemtoonde 'a'-klank (zoals in 'HA-bla'), gebruiken we 'el' in plaats van 'la' direct ervoor om te voorkomen dat twee 'a'-klanken op elkaar botsen. Het woord zelf is nog steeds vrouwelijk, daarom zeg je 'el habla es clara' (met het vrouwelijke bijvoeglijk naamwoord 'clara').

Wat is het verschil tussen 'habla' en 'hablas'?

Ze komen beide van het werkwoord 'hablar' (spreken), maar ze worden voor verschillende personen gebruikt. 'Habla' is voor 'él' (hij), 'ella' (zij) en 'usted' (u, formeel). 'Hablas' (met een 's') is alleen voor 'tú' (jij, informeel). Bijvoorbeeld: 'Ella habla' (Zij spreekt), maar 'Tú hablas' (Jij spreekt).