habla
“habla” betekent “hij/zij spreekt” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
hij/zij spreekt, u spreekt
Ook: spreek!
📝 In Actie
Mi hermana habla español y francés.
A1Mijn zus spreekt Spaans en Frans.
Disculpe, ¿usted habla inglés?
A1Pardon, spreekt u Engels?
¡Habla más despacio, por favor!
A1Spreek alstublieft langzamer!
spraak
Ook: manier van spreken, dialect
📝 In Actie
El habla es una de las capacidades que nos diferencia de los animales.
B2Spraak is een van de vermogens die ons onderscheiden van dieren.
Reconozco su habla; es de Andalucía.
B1Ik herken zijn manier van spreken; hij komt uit Andalusië.
Después del susto, se quedó sin habla.
B1Na de schrik was ze sprakeloos.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: habla
Vraag 1 van 2
Welke zin is grammaticaal correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'fabulari', wat 'praten, kletsen of verhalen vertellen' betekende. Na verloop van tijd verzachtte de 'f'-klank aan het begin tot een 'h' (die nu stil is in het Spaans), wat ons het moderne woord 'hablar' en zijn vormen zoals 'habla' opleverde.
Eerste vermelding: Around the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom is het 'el habla' als 'habla' een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is?
Het is een speciale regel in het Spaans om de taal beter te laten klinken. Wanneer een vrouwelijk zelfstandig naamwoord begint met een beklemtoonde 'a'-klank (zoals in 'HA-bla'), gebruiken we 'el' in plaats van 'la' direct ervoor om te voorkomen dat twee 'a'-klanken op elkaar botsen. Het woord zelf is nog steeds vrouwelijk, daarom zeg je 'el habla es clara' (met het vrouwelijke bijvoeglijk naamwoord 'clara').
Wat is het verschil tussen 'habla' en 'hablas'?
Ze komen beide van het werkwoord 'hablar' (spreken), maar ze worden voor verschillende personen gebruikt. 'Habla' is voor 'él' (hij), 'ella' (zij) en 'usted' (u, formeel). 'Hablas' (met een 's') is alleen voor 'tú' (jij, informeel). Bijvoorbeeld: 'Ella habla' (Zij spreekt), maar 'Tú hablas' (Jij spreekt).

