Inklingo

decir

deh-SEERdeˈθiɾ

zeggen

Ook: vertellen
WerkwoordA1irregular ir
Een persoon die spreekt met een tekstballon ernaast, wat de handeling van iets zeggen voorstelt.
infinitivedecir
gerunddiciendo
past Participledicho

📝 In Actie

Mi mamá siempre dice la verdad.

A1

Mijn moeder zegt altijd de waarheid.

¿Qué dijiste? No te oí.

A2

Wat zei je? Ik hoorde je niet.

Por favor, dime tu nombre.

A1

Zeg me alsjeblieft hoe je heet.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • decir la verdadde waarheid zeggen
  • decir mentirasleugens vertellen
  • querer decirbetekenen
  • decir que sí/noja/nee zeggen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • es decirmet andere woorden, dat wil zeggen
  • por así decirlozoals men zegt
  • dicho y hechogezegd en gedaan

aangeven

Ook: tonen, lezen
WerkwoordB1irregular ir
Een verkeersbord met pijlen in verschillende richtingen, wat aangeeft wat te doen.
infinitivedecir
gerunddiciendo
past Participledicho

📝 In Actie

El cartel dice 'prohibido el paso'.

B1

Het bord geeft 'verboden toegang' aan.

Su cara lo decía todo.

B2

Zijn gezicht sprak boekdelen.

El primer capítulo no dice nada sobre su pasado.

B1

Het eerste hoofdstuk zegt niets over zijn verleden.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • decir mucho de alguienveel zeggen over iemand

gezegde

Ook: manier van spreken, geestige opmerking
Een verzameling oude, wijze boeken, wat gezegden en wijsheid voorstelt.

📝 In Actie

Es un decir muy antiguo de mi pueblo.

C1

Het is een heel oud gezegde uit mijn stad.

Tenía un decir muy elegante y refinado.

C1

Hij had een zeer elegante en verfijnde manier van spreken.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • dicho (gezegde)
  • refrán (spreekwoord)
  • expresión (uitdrukking)

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/usteddice
yodigo
dices
ellos/ellas/ustedesdicen
nosotrosdecimos
vosotrosdecís

imperfect

él/ella/usteddecía
yodecía
decías
ellos/ellas/ustedesdecían
nosotrosdecíamos
vosotrosdecíais

preterite

él/ella/usteddijo
yodije
dijiste
ellos/ellas/ustedesdijeron
nosotrosdijimos
vosotrosdijisteis

subjunctive

present

él/ella/usteddiga
yodiga
digas
ellos/ellas/ustedesdigan
nosotrosdigamos
vosotrosdigáis

imperfect

él/ella/usteddijera
yodijera
dijeras
ellos/ellas/ustedesdijeran
nosotrosdijéramos
vosotrosdijerais

🔀 Commonly Confused With

Vertaal naar het Spaans

🗣️ Practice in a Tongue Twister

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: decir

Vraag 1 van 3

Welke zin gebruikt 'decir' correct om 'wat het bord aangeeft' te betekenen?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord 'dīcere', wat 'zeggen, spreken of stellen' betekende. Het is een directe afstammeling die zijn kernbetekenis duizenden jaren heeft behouden.

Eerste vermelding: Around the 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: dizerItalian: direFrench: dire

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'decir' en 'contar'?

Denk aan 'decir' als het rapporteren van informatie ('Hij zei dat hij komt') en 'contar' als het navertellen van een verhaal ('Hij vertelde me een verhaal'). Je 'cuentas un chiste' (vertelt een mop), maar 'dices la hora' (zegt de tijd).

Waarom is 'decir' zo onregelmatig?

Het is een zeer oud en veelvoorkomend werkwoord, en deze werkwoorden hebben vaak onregelmatige vormen die van het Latijn zijn overgeleverd. Het goede nieuws is dat naarmate je het vaker ziet en hoort, de vreemde vormen na verloop van tijd natuurlijk zullen aanvoelen!

Hoe gebruik ik 'querer decir'?

'Querer decir' is een vaste uitdrukking die 'betekenen' betekent. Als je bijvoorbeeld een woord niet begrijpt, kun je vragen: '¿Qué quiere decir esa palabra?' (Wat betekent dat woord?).