Hoe zeg je "vertellen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “vertellen” is “contar” — gebruik 'contar' om een verhaal, mop, of een persoonlijke ervaring na te vertellen, vaak met een focus op de inhoud..
contar
cohn-TAR/konˈtaɾ/

Voorbeelden
Ella siempre me cuenta historias fascinantes de su viaje.
Ze vertelt me altijd fascinerende verhalen over haar reis.
Te voy a contar un secreto, pero prométeme no decírselo a nadie.
Ik ga je een geheim vertellen, maar beloof me dat je het aan niemand vertelt.
¿Me cuentas qué pasó anoche en la fiesta?
Wil je me vertellen wat er gisteravond op het feest gebeurde?
Wie luistert naar het verhaal?
Wanneer 'contar' 'vertellen' betekent, krijgt de persoon die het verhaal ontvangt vaak een indirect voornaamwoord (zoals 'me', 'te', 'le', enz.): 'Me cuenta' (Hij/Zij vertelt mij).
Verwarring tussen 'Vertel'-werkwoorden
Fout: “Decir gebruiken voor lange verhalen (bv. Decir una historia).”
Correctie: Gebruik 'contar' voor het vertellen van lange verhalen of anekdotes. Gebruik 'decir' voor het geven van eenvoudige informatie of bevelen.
decir
/deh-SEER//deˈθiɾ/

Voorbeelden
Mi mamá siempre dice la verdad.
Mijn moeder zegt altijd de waarheid.
¿Qué dijiste? No te oí.
Wat zei je? Ik hoorde je niet.
Por favor, dime tu nombre.
Zeg me alsjeblieft hoe je heet.
Vertellen vs. Spreken ('Decir' vs. 'Hablar')
'Decir' richt zich op wat er gezegd wordt (de boodschap), terwijl 'hablar' zich richt op de handeling van het spreken zelf. 'Digo la verdad' (Ik zeg de waarheid), maar 'Hablo español' (Ik spreek Spaans). In het Nederlands is het verschil tussen 'zeggen' en 'spreken' vergelijkbaar.
Aan wie vertel je het? ('Objetos Indirectos')
Wanneer je iets tegen iemand zegt, gebruik je kleine woordjes zoals 'me', 'te', 'le' vóór 'decir'. Bijvoorbeeld: 'Te digo un secreto' betekent 'Ik vertel jou een geheim'. Dit komt overeen met het gebruik van het meewerkend voorwerp in het Nederlands (bv. 'Ik zeg het je').
Verwarring tussen 'decir' en 'contar'
Fout: “Voy a decirte una historia.”
Correctie: Voy a contarte una historia. Gebruik 'contar' voor het vertellen van verhalen, moppen of het navertellen van gebeurtenissen. Gebruik 'decir' voor specifieke informatie of citaten.
Onregelmatige 'yo'-vorm
Fout: “Yo deco la verdad.”
Correctie: Yo digo la verdad. De 'yo'-vorm in de tegenwoordige tijd is zeer onregelmatig. Onthoud: 'digo'!
telling
Voorbeelden
Estoy diciendo la verdad.
Ik ben de waarheid aan het vertellen.
cuente
KWEN-teh/ˈkwen.te/

Voorbeelden
Espero que el guía nos cuente una leyenda local.
Ik hoop dat de gids ons een lokale legende vertelt.
No deje que le cuente chismes sobre la oficina.
Laat hem/haar u geen roddels over kantoor vertellen.
¿Puede usted cuentarme su versión de la historia?
Kunt u (formeel) mij uw versie van het verhaal vertellen?
Aan 'Mij' Vertellen
Wanneer u iemand vraagt iets aan u te vertellen, moet u vaak het voornaamwoord 'me' aan het einde van de gebiedende wijs plakken ('Cuénteme') of ervoor plaatsen ('Quiero que me cuente').
contando
kohn-TAHN-doh/konˈtando/

Voorbeelden
Mi abuela está contando historias de su juventud.
Mijn oma vertelt verhalen uit haar jeugd.
Ella pasó la noche contando todos sus problemas.
Ze bracht de nacht door met het navertellen van al haar problemen.
Contar vs. Decir
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



