Hoe zeg je "vertellen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “vertellen” is “decir” — gebruik 'decir' voor het algemeen mededelen van informatie, feiten of meningen, vergelijkbaar met 'zeggen'.
decir
deh-SEERdeˈθiɾ

Voorbeelden
Mi mamá siempre dice la verdad.
Mijn moeder zegt altijd de waarheid.
¿Qué dijiste? No te oí.
Wat zei je? Ik hoorde je niet.
Por favor, dime tu nombre.
Zeg me alsjeblieft hoe je heet.
Vertellen vs. Spreken ('Decir' vs. 'Hablar')
'Decir' richt zich op wat er gezegd wordt (de boodschap), terwijl 'hablar' zich richt op de handeling van het spreken zelf. 'Digo la verdad' (Ik zeg de waarheid), maar 'Hablo español' (Ik spreek Spaans). In het Nederlands is het verschil tussen 'zeggen' en 'spreken' vergelijkbaar.
Aan wie vertel je het? ('Objetos Indirectos')
Wanneer je iets tegen iemand zegt, gebruik je kleine woordjes zoals 'me', 'te', 'le' vóór 'decir'. Bijvoorbeeld: 'Te digo un secreto' betekent 'Ik vertel jou een geheim'. Dit komt overeen met het gebruik van het meewerkend voorwerp in het Nederlands (bv. 'Ik zeg het je').
Verwarring tussen 'decir' en 'contar'
Fout: “Voy a decirte una historia.”
Correctie: Voy a contarte una historia. Gebruik 'contar' voor het vertellen van verhalen, moppen of het navertellen van gebeurtenissen. Gebruik 'decir' voor specifieke informatie of citaten.
Onregelmatige 'yo'-vorm
Fout: “Yo deco la verdad.”
Correctie: Yo digo la verdad. De 'yo'-vorm in de tegenwoordige tijd is zeer onregelmatig. Onthoud: 'digo'!
contar
cohn-TARkonˈtaɾ

Voorbeelden
Ella siempre me cuenta historias fascinantes de su viaje.
Ze vertelt me altijd fascinerende verhalen over haar reis.
Te voy a contar un secreto, pero prométeme no decírselo a nadie.
Ik ga je een geheim vertellen, maar beloof me dat je het aan niemand vertelt.
¿Me cuentas qué pasó anoche en la fiesta?
Wil je me vertellen wat er gisteravond op het feest gebeurde?
Wie luistert naar het verhaal?
Wanneer 'contar' 'vertellen' betekent, krijgt de persoon die het verhaal ontvangt vaak een indirect voornaamwoord (zoals 'me', 'te', 'le', enz.): 'Me cuenta' (Hij/Zij vertelt mij).
Verwarring tussen 'Vertel'-werkwoorden
Fout: “Decir gebruiken voor lange verhalen (bv. Decir una historia).”
Correctie: Gebruik 'contar' voor het vertellen van lange verhalen of anekdotes. Gebruik 'decir' voor het geven van eenvoudige informatie of bevelen.
narrar
na-RRARnaˈraɾ

Voorbeelden
Mi abuelo siempre narra historias de su infancia.
Mijn opa vertelt altijd verhalen uit zijn jeugd.
El periodista narró los hechos del accidente con mucha precisión.
De journalist deed verslag van de feiten van het ongeval met grote precisie.
Es difícil narrar un partido de fútbol con tanta rapidez.
Het is moeilijk om een voetbalwedstrijd met zoveel snelheid te becommentariëren.
Narrar vs. Contar
'Narrar' is formeler en artistieker. Gebruik het voor boeken, nieuws of sport. Gebruik 'contar' voor alledaagse geheimen of moppen.
Regelmatig AR-patroon
Dit werkwoord volgt de standaardregels voor werkwoorden die eindigen op -ar, net als 'hablar'. Geen stamwisselingen of verrassingen hier!
Het voor alles gebruiken
Fout: “Me narró un chiste.”
Correctie: Me contó un chiste. (Gebruik 'contar' voor moppen, geheimen of informele gesprekken; 'narrar' is te formeel voor een mop.)
relatar
reh-lah-TARre.laˈtaɾ

Voorbeelden
El abuelo nos relató sus aventuras en el mar.
Opa vertelde ons over zijn avonturen op zee.
El periodista relató los hechos con mucha precisión.
De journalist vertelde de feiten met grote precisie.
Es imposible relatar todo lo que pasó en una sola tarde.
Het is onmogelijk om alles te vertellen wat er in één middag gebeurde.
Een perfect regelmatig werkwoord
Relatar is een regelmatig werkwoord op '-ar'. Het volgt precies hetzelfde patroon als 'hablar' of 'cantar' in elke vorm.
Vertellen 'hoe' versus 'wat'
Als je wilt zeggen wat er gebeurde, volgt meestal direct na 'relatar' de informatie: 'Relató el robo' (Hij vertelde over de beroving). In het Nederlands zeggen we vaak 'Hij vertelde over de beroving', dus let op het voorzetselgebruik.
Pas op voor valse vrienden
Fout: “Het gebruiken van 'relatar' om 'relateren' in de zin van 'ik voel me verwant met je' te betekenen.”
Correctie: In het Spaans gebruik je, als je een connectie voelt met iemands ervaring, 'sentirse identificado' of 'comprender'. 'Relatar' beschrijft alleen de handeling van het vertellen van een verhaal.
comunicar
koh-moo-nee-karkomuniˈkaɾ

Voorbeelden
Necesito comunicar esta noticia a mi familia.
Ik moet dit nieuws aan mijn familie vertellen.
Es importante comunicar tus ideas con claridad.
Het is belangrijk om je ideeën duidelijk te communiceren.
El director comunicó los cambios por correo electrónico.
De directeur communiceerde de veranderingen via e-mail.
De 'C' naar 'QU' Wisseling
In de 'ik'-vorm van de verleden tijd (preteritum) verandert de 'c' in 'qu' (comuniqué). Dit is alleen om de harde 'K'-klank te behouden; het verandert niets aan hoe het werkwoord werkt!
Gebruik van 'Con'
Als je wilt zeggen dat je mét iemand communiceert, moet je het woord 'con' na het werkwoord gebruiken.
De 'qu' vergeten bij het schrijven
Fout: “Yo comunicé la noticia.”
Correctie: Yo comuniqué la noticia. (We gebruiken 'qu' voor een 'e' om de klank hard te houden als een 'K'.)
diciendo
dee-syen-dohdiˈsjendo

Voorbeelden
Estoy diciendo la verdad.
Ik ben de waarheid aan het vertellen.
¿Qué estás diciendo? No te entiendo.
Wat ben je aan het zeggen? Ik begrijp je niet.
Siguió hablando, diciendo que todo estaría bien.
Hij bleef praten en zei dat alles goed zou komen.
De Spaanse '-ing' Vorm (Gerundio)
diciendo is de '-ing' vorm van het werkwoord decir (zeggen/vertellen). Je gebruikt het met een hulpwerkwoord zoals estar om te praten over een actie die op dit moment plaatsvindt, net als in het Nederlands. Bijvoorbeeld, Estoy diciendo betekent 'Ik ben aan het zeggen'.
Een Onregelmatige Vorm
diciendo is onregelmatig. Normaal gesproken veranderen werkwoorden die eindigen op '-ir' in '-iendo'. Maar bij decir verandert de 'e' in de stam ook in een 'i' (dic-iendo) om het goed te laten klinken.
Gebruik voor Toekomstige Plannen
Fout: “Estoy diciendo a mi jefe mañana. (Ik ben morgen mijn baas aan het vertellen.)”
Correctie: Voy a decirle a mi jefe mañana. (Ik ga het mijn baas morgen vertellen.) In het Spaans wordt de '-ing' vorm bijna altijd gebruikt voor acties die *nu* plaatsvinden, niet voor toekomstige plannen zoals we soms in het Nederlands doen.
contando
kohn-TAHN-dohkonˈtando

Voorbeelden
Mi abuela está contando historias de su juventud.
Mijn oma vertelt verhalen uit haar jeugd.
Ella pasó la noche contando todos sus problemas.
Ze bracht de nacht door met het navertellen van al haar problemen.
cuente
KWEN-tehˈkwen.te

Voorbeelden
Espero que el guía nos cuente una leyenda local.
Ik hoop dat de gids ons een lokale legende vertelt.
No deje que le cuente chismes sobre la oficina.
Laat hem/haar u geen roddels over kantoor vertellen.
¿Puede usted cuentarme su versión de la historia?
Kunt u (formeel) mij uw versie van het verhaal vertellen?
Aan 'Mij' Vertellen
Wanneer u iemand vraagt iets aan u te vertellen, moet u vaak het voornaamwoord 'me' aan het einde van de gebiedende wijs plakken ('Cuénteme') of ervoor plaatsen ('Quiero que me cuente').
Verwarring tussen 'decir' en 'contar'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.







