Inklingo

Hoe zeg je "zeggen" in het Spaans

Dutch → Spaans

decir

/deh-SEER//deˈθiɾ/

WerkwoordA1Neutraal
Gebruik 'decir' voor de algemene betekenis van 'zeggen' of 'vertellen' in de tegenwoordige of verleden tijd.
Een persoon die spreekt met een tekstballon ernaast, wat de handeling van iets zeggen voorstelt.

Voorbeelden

Mi mamá siempre dice la verdad.

Mijn moeder zegt altijd de waarheid.

¿Qué dijiste? No te oí.

Wat zei je? Ik hoorde je niet.

Por favor, dime tu nombre.

Zeg me alsjeblieft hoe je heet.

Vertellen vs. Spreken ('Decir' vs. 'Hablar')

'Decir' richt zich op wat er gezegd wordt (de boodschap), terwijl 'hablar' zich richt op de handeling van het spreken zelf. 'Digo la verdad' (Ik zeg de waarheid), maar 'Hablo español' (Ik spreek Spaans). In het Nederlands is het verschil tussen 'zeggen' en 'spreken' vergelijkbaar.

Aan wie vertel je het? ('Objetos Indirectos')

Wanneer je iets tegen iemand zegt, gebruik je kleine woordjes zoals 'me', 'te', 'le' vóór 'decir'. Bijvoorbeeld: 'Te digo un secreto' betekent 'Ik vertel jou een geheim'. Dit komt overeen met het gebruik van het meewerkend voorwerp in het Nederlands (bv. 'Ik zeg het je').

Verwarring tussen 'decir' en 'contar'

Fout:Voy a decirte una historia.

Correctie: Voy a contarte una historia. Gebruik 'contar' voor het vertellen van verhalen, moppen of het navertellen van gebeurtenissen. Gebruik 'decir' voor specifieke informatie of citaten.

Onregelmatige 'yo'-vorm

Fout:Yo deco la verdad.

Correctie: Yo digo la verdad. De 'yo'-vorm in de tegenwoordige tijd is zeer onregelmatig. Onthoud: 'digo'!

diciendo

/dee-syen-doh//diˈsjendo/

Werkwoord (Gerundium)A2Neutraal
Gebruik 'diciendo' wanneer je het Spaanse 'estar' combineert om een doorlopende actie aan te geven, vergelijkbaar met de Nederlandse 'aan het'-constructie.
Een kleurrijke prentenboekillustratie die een kind toont dat rechtstreeks tegen een luisterende volwassene spreekt. Kleine, abstracte blauwe lijnen visualiseren de klank of spraak die van het kind naar de volwassene stroomt.

Voorbeelden

Estoy diciendo la verdad.

Ik ben de waarheid aan het vertellen.

¿Qué estás diciendo? No te entiendo.

Wat ben je aan het zeggen? Ik begrijp je niet.

Siguió hablando, diciendo que todo estaría bien.

Hij bleef praten en zei dat alles goed zou komen.

De Spaanse '-ing' Vorm (Gerundio)

diciendo is de '-ing' vorm van het werkwoord decir (zeggen/vertellen). Je gebruikt het met een hulpwerkwoord zoals estar om te praten over een actie die op dit moment plaatsvindt, net als in het Nederlands. Bijvoorbeeld, Estoy diciendo betekent 'Ik ben aan het zeggen'.

Een Onregelmatige Vorm

diciendo is onregelmatig. Normaal gesproken veranderen werkwoorden die eindigen op '-ir' in '-iendo'. Maar bij decir verandert de 'e' in de stam ook in een 'i' (dic-iendo) om het goed te laten klinken.

Gebruik voor Toekomstige Plannen

Fout:Estoy diciendo a mi jefe mañana. (Ik ben morgen mijn baas aan het vertellen.)

Correctie: Voy a decirle a mi jefe mañana. (Ik ga het mijn baas morgen vertellen.) In het Spaans wordt de '-ing' vorm bijna altijd gebruikt voor acties die *nu* plaatsvinden, niet voor toekomstige plannen zoals we soms in het Nederlands doen.

Gerundium vs. Infinitief

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'decir' (infinitief) met 'diciendo' (gerundium). Onthoud dat 'diciendo' altijd samen met 'estar' wordt gebruikt om een actie aan te duiden die op dit moment plaatsvindt.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.