Inklingo

caminar

kah-mee-NARka.miˈnaɾ

caminar betekent lopen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

lopen

Ook: wandelen, hiken
WerkwoordA1regular ar
Een vereenvoudigde illustratie van een enkel figuur dat vooruit loopt op een helder, zonnig pad, getoond midden in een stap.
infinitivecaminar
gerundcaminando
past Participlecaminado

📝 In Actie

Ella camina al trabajo todos los días.

A1

Zij loopt elke dag naar haar werk.

Caminamos por la playa al atardecer.

A2

We liepen langs het strand bij zonsondergang.

Si caminas más rápido, llegaremos a tiempo.

B1

Als je sneller loopt, komen we op tijd aan.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

  • correr (rennen)
  • detenerse (stoppen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • caminar rápidosnel lopen
  • caminar despaciolangzaam lopen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • caminar con pies de plomovoorzichtig te werk gaan (letterlijk of figuurlijk)

voortschrijden, vorderen

Ook: gaan/draaien
WerkwoordB2regular ar
Een eenvoudige illustratie die een lange, kronkelende weg of pad toont dat zich ver in de verte uitstrekt, wat een reis of voortgang symboliseert.
infinitivecaminar
gerundcaminando
past Participlecaminado

📝 In Actie

La investigación camina lentamente, pero hay avances.

B2

Het onderzoek vordert langzaam, maar er is vooruitgang.

Este es el camino que debemos caminar juntos.

B2

Dit is het pad dat we samen moeten bewandelen (figuurlijk, wat betekent samen nastreven).

Tras la cirugía, el paciente ha caminado hacia una recuperación total.

C1

Na de operatie is de patiënt naar een volledig herstel gevorderd.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • avanzar (vooruitgaan)
  • desarrollarse (zich ontwikkelen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • caminar hacia el éxitonaar succes vorderen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedcamina
yocamino
caminas
ellos/ellas/ustedescaminan
nosotroscaminamos
vosotroscamináis

imperfect

él/ella/ustedcaminaba
yocaminaba
caminabas
ellos/ellas/ustedescaminaban
nosotroscaminábamos
vosotroscaminabais

preterite

él/ella/ustedcaminó
yocaminé
caminaste
ellos/ellas/ustedescaminaron
nosotroscaminamos
vosotroscaminasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedcamine
yocamine
camines
ellos/ellas/ustedescaminen
nosotroscaminemos
vosotroscaminéis

imperfect

él/ella/ustedcaminara
yocaminara
caminaras
ellos/ellas/ustedescaminaran
nosotroscamináramos
vosotroscaminarais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "caminar" in het Spaans:

hikenlopenvoortschrijdenvorderenwandelen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: caminar

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'caminar' in zijn figuurlijke zin van 'vorderen'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
el camino(de weg/het pad)Zelfstandig naamwoord
la caminata(de lange wandeling/hiketocht)Zelfstandig naamwoord
el caminante(de wandelaar)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het woord komt van het Laat-Latijnse woord *cammīnus*, wat 'weg' of 'pad' betekende. Deze wortel is waarschijnlijk afkomstig van het Gallisch (een oude Keltische taal). Het deelt een gemeenschappelijke oorsprong met het Nederlandse woord 'weg' of 'pad' in zeer brede zin.

Eerste vermelding: 12th century (in Romance languages)

Cognaten (Verwante woorden)

French: cheminItalian: camminare

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

¿Caminar vs. Andar: Is er een verschil?

Ja, maar het is subtiel! 'Caminar' betekent bijna altijd specifiek 'lopen' (te voet). 'Andar' is algemener en betekent 'gaan', 'in beweging zijn' of 'functioneren'. Hoewel ze vaak door elkaar gebruikt kunnen worden, is 'caminar' de duidelijkere, meer gebruikelijke keuze om te zeggen 'ik loop naar de winkel'.