pasearVervoeging
pasear betekent uitlaten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Gewoontehandelingen zoals 'paseo' (ik loop) of 'pasean' (zij lopen).
Future
Acties die zullen gebeuren, zoals 'pasearé' (ik zal lopen).
Imperfect
Doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden, zoals 'paseaba' (ik liep vroeger / was aan het lopen).
Conditional
Hypothetische acties ('zou'), beleefde verzoeken, of toekomst in het verleden, zoals 'pasearía' (ik zou lopen).
Preterite
Voltooide handelingen in het verleden, zoals 'paseé' (ik liep) of 'pasearon' (zij liepen).
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende geboden zoals 'no pasees' (loop niet!) voor jij, of 'no paseen' voor u/jullie.
Imperative
Geboden zoals 'pasea' (loop!) voor jij, of 'paseen' voor u/jullie.
Subjunctive
Present Subjunctive
Drukt wensen, twijfels of emoties uit, zoals 'Espero que pasees' (Ik hoop dat je loopt).
Imperfect Subjunctive
Verleden hypothetische of onzekere acties, zoals 'si paseara' (als ik zou lopen).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pasear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pasear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pasear in het Spaans?
pasear betekent "uitlaten".
Is pasear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pasear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pasear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pasear is: yo paseo, tú paseas, él/ella/usted pasea, nosotros paseamos, vosotros paseáis, ellos/ellas/ustedes pasean.
Hoe vervoeg je pasear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pasear is: yo paseé, tú paseaste, él/ella/usted paseó, nosotros paseamos, vosotros paseasteis, ellos/ellas/ustedes pasearon.
