ojalarVervoeging
ojalar betekent knoopsgaten maken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'ojalar' is regelmatig: ojalé (yo/él/ella/usted), ojalemos (nosotros), ojalen (ellos/ellas/ustedes).
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'ojalar' gebruikt de -ra of -se uitgangen: ojalara (él/ella/usted), ojaláramos (nosotros), ojalaran (ellos/ellas/ustedes).
Imperative
Imperative
Het gebiedende wijs van 'ojalar' is regelmatig: ojala (tú), ojale (usted), ojalemos (nosotros), ojalen (ustedes), ojalad (vosotros).
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'ojalar' gebruikt de tegenwoordige conjunctief: no ojaláes (tú), no ojale (usted), no ojalemos (nosotros), no ojalen (ustedes), no ojaléis (vosotros).
Indicative
Present
De tegenwoordige indicatief van 'ojalar' is regelmatig: ojalá, ojalas, ojala, ojalamos, ojaláis, ojalan.
Preterite
De pretérito indefinido van 'ojalar' is regelmatig: ojalé, ojalaste, ojaló, ojalamos, ojalasteis, ojalaron.
Future
De toekomende tijd van 'ojalar' is regelmatig: ojalare, ojalás, ojalá, ojalaremos, ojalaréis, ojalán.
Imperfect
De imperfecto van 'ojalar' is regelmatig: ojalaba, ojalabas, ojalaba, ojalábamos, ojalabais, ojalaban.
Conditional
De conditionele tijd van 'ojalar' is regelmatig: ojalaria, ojalarias, ojalaria, ojalariamos, ojalariais, ojalarian.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng ojalar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ojalar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent ojalar in het Spaans?
ojalar betekent "knoopsgaten maken".
Is ojalar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
ojalar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je ojalar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van ojalar is: yo ojalo, tú ojalas, él/ella/usted ojala, nosotros ojalamos, vosotros ojaláis, ellos/ellas/ustedes ojalan.
Hoe vervoeg je ojalar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van ojalar is: yo ojalé, tú ojalaste, él/ella/usted ojaló, nosotros ojalamos, vosotros ojalasteis, ellos/ellas/ustedes ojalaron.
