orarVervoeging
orar means bidden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs onvoltooid verleden tijd van 'orar' gebruikt de stam van de voltooid verleden tijd: orara, oraras, orara, oráramos, orarais, oraran.
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'orar' verandert de 'a' in 'e': ore, ores, ore, oremos, oréis, oren.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'orar' gebruikt 'no' plus de vormen van de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no ores, no ore, etc.
Imperative
De gebiedende wijs van 'orar' geeft commando's: ora (tú), ore (usted), oremos (nosotros), orad (vosotros), oren (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'orar' is regelmatig: oraría, orarías, oraría, oraríamos, oraríais, orarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'orar' volgt de standaard -ar uitgangen: oré, oraste, oró, oramos, orasteis, oraron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'orar' gebruikt de regelmatige -aba uitgangen: oraba, orabas, oraba, orábamos, orabais, oraban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'orar' is regelmatig: oro, oras, ora, oramos, oráis, oran.
Future
De toekomende tijd van 'orar' is regelmatig: voeg uitgangen toe aan het hele werkwoord om oraré, orarás, etc. te krijgen.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng orar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'orar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent orar in het Spaans?
orar betekent "bidden".
Is orar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
orar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je orar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van orar is: yo oro, tú oras, él/ella/usted ora, nosotros oramos, vosotros oráis, ellos/ellas/ustedes oran.
Hoe vervoeg je orar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van orar is: yo oré, tú oraste, él/ella/usted oró, nosotros oramos, vosotros orasteis, ellos/ellas/ustedes oraron.
