Inklingo
Een kind dat blij kleurrijke houten blokken in een perfect rechte lijn op een schone blauwe plank plaatst, wat organisatie demonstreert.

ordenar

opruimen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord ordenar betekent opruimen.

Tegenwoordige tijd:

yoordeno
ordenas
él/ella/ustedordena
nosotrosordenamos
vosotrosordenáis
ellos/ellas/ustedesordenan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedordena
yoordeno
ordenas
ellos/ellas/ustedesordenan
nosotrosordenamos
vosotrosordenáis

De tegenwoordige tijd van 'ordenar' is regelmatig: ordeno, ordenas, ordena, ordenamos, ordenáis, ordenan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedordenará
yoordenaré
ordenarás
ellos/ellas/ustedesordenarán
nosotrosordenaremos
vosotrosordenaréis

De futuro van 'ordenar' is regelmatig: ordenaré, ordenarás, ordenará, ordenaremos, ordenaréis, ordenarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedordenaba
yoordenaba
ordenabas
ellos/ellas/ustedesordenaban
nosotrosordenábamos
vosotrosordenabais

De imperfectum van 'ordenar' is regelmatig: ordenaba, ordenabas, ordenaba, ordenábamos, ordenabais, ordenaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedordenaría
yoordenaría
ordenarías
ellos/ellas/ustedesordenarían
nosotrosordenaríamos
vosotrosordenaríais

De conditionele tijd van 'ordenar' is regelmatig: ordenaría, ordenarías, ordenaría, ordenaríamos, ordenaríais, ordenarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedordenó
yoordené
ordenaste
ellos/ellas/ustedesordenaron
nosotrosordenamos
vosotrosordenasteis

De pretérito van 'ordenar' is regelmatig: ordené, ordenaste, ordenó, ordenamos, ordenasteis, ordenaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno ordenen
nosotrosno ordenemos
no ordenes
ustedno ordene
vosotrosno ordenéis

De negatieve imperatief gebruikt de vormen van de tegenwoordige tijd subjunctief: no ordenes, no ordene, no ordenemos, no ordenéis, no ordenen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesordenen
nosotrosordenemos
ordena
ustedordene
vosotrosordenad

De bevestigende imperatief (bevelen) voor 'ordenar': ordena (tú), ordene (usted), ordenad (vosotros), ordenen (ustedes).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedordene
yoordene
ordenes
ellos/ellas/ustedesordenen
nosotrosordenemos
vosotrosordenéis

De tegenwoordige tijd subjunctief van 'ordenar' is regelmatig: ordene, ordenes, ordene, ordenemos, ordenéis, ordenen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedordenara/ordenase
yoordenara/ordenase
ordenaras/ordenases
ellos/ellas/ustedesordenaran/ordenasen
nosotrosordenáramos/ordenásemos
vosotrosordenarais/ordenaseis

De imperfectum subjunctief van 'ordenar' is: ordenara, ordenaras, ordenara, ordenáramos, ordenarais, ordenaran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng ordenar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ordenar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.