ordenarVervoeging
ordenar betekent opruimen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'ordenar' is regelmatig: ordeno, ordenas, ordena, ordenamos, ordenáis, ordenan.
Future
De futuro van 'ordenar' is regelmatig: ordenaré, ordenarás, ordenará, ordenaremos, ordenaréis, ordenarán.
Imperfect
De imperfectum van 'ordenar' is regelmatig: ordenaba, ordenabas, ordenaba, ordenábamos, ordenabais, ordenaban.
Conditional
De conditionele tijd van 'ordenar' is regelmatig: ordenaría, ordenarías, ordenaría, ordenaríamos, ordenaríais, ordenarían.
Preterite
De pretérito van 'ordenar' is regelmatig: ordené, ordenaste, ordenó, ordenamos, ordenasteis, ordenaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt de vormen van de tegenwoordige tijd subjunctief: no ordenes, no ordene, no ordenemos, no ordenéis, no ordenen.
Imperative
De bevestigende imperatief (bevelen) voor 'ordenar': ordena (tú), ordene (usted), ordenad (vosotros), ordenen (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjunctief van 'ordenar' is regelmatig: ordene, ordenes, ordene, ordenemos, ordenéis, ordenen.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van 'ordenar' is: ordenara, ordenaras, ordenara, ordenáramos, ordenarais, ordenaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng ordenar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ordenar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent ordenar in het Spaans?
ordenar betekent "opruimen".
Is ordenar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
ordenar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je ordenar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van ordenar is: yo ordeno, tú ordenas, él/ella/usted ordena, nosotros ordenamos, vosotros ordenáis, ellos/ellas/ustedes ordenan.
Hoe vervoeg je ordenar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van ordenar is: yo ordené, tú ordenaste, él/ella/usted ordenó, nosotros ordenamos, vosotros ordenasteis, ellos/ellas/ustedes ordenaron.
