originarVervoeging
originar means veroorzaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'originar' (originara/originase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik de conjunctief tegenwoordige tijd van 'originar' (origine, origines, etc.) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik de tegenwoordige tijd van de conjunctief na 'no' voor negatieve bevelen met 'originar': 'no origines'.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van 'originar' voor directe bevelen zoals 'origina tú' of 'originen ustedes'.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'originar' (originaría, originarías...) drukt hypothetische situaties ('zou veroorzaken') of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De preteritum van 'originar' is regelmatig: originé, originaste, originó, originamos, originasteis, originaron.
Imperfect
De imperfectum van 'originar' (originaba, originabas...) beschrijft doorlopende of gebruikelijke oorzaken in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'originar' (origino, originas, origina...) beschrijft acties die nu plaatsvinden of gebruikelijke oorzaken.
Future
De toekomende tijd van 'originar' (originaré, originarás...) voorspelt toekomstige oorzaken of acties.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng originar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'originar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent originar in het Spaans?
originar betekent "veroorzaken".
Is originar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
originar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je originar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van originar is: yo origino, tú originas, él/ella/usted origina, nosotros originamos, vosotros origináis, ellos/ellas/ustedes originan.
Hoe vervoeg je originar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van originar is: yo originé, tú originaste, él/ella/usted originó, nosotros originamos, vosotros originasteis, ellos/ellas/ustedes originaron.
