orinarVervoeging
orinar means urineren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Imperative
Gebiedende wijs voor 'orinar' zijn orina (jij), orine (u), orinemos (wij), orinen (jullie/zij), en orinad (jullie, mv.).
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'orinar' gebruiken 'no' gevolgd door de tegenwoordige aanvoegende wijs: no orines (jij), no orine (u), no orinemos (wij), no orinen (jullie/zij), no orinéis (jullie, mv.).
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs van 'orinar' (bijv. orinara, orinaras) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'orinar' (orine, orines, etc.) drukt wensen, twijfels, emoties of onzekerheid uit.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'orinar' is regelmatig: orinaría, orinarías, orinaría, orinaríamos, orinaríais, orinarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'orinar' is regelmatig: oriné, orinaste, orinó, orinamos, orinasteis, orinaron.
Imperfect
De imperfectum van 'orinar' beschrijft gebruikelijke of doorlopende handelingen in het verleden: orinaba, orinabas, orinaba, orinábamos, orinabais, orinaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'orinar' is regelmatig: orino, orinas, orina, orinamos, orináis, orinan.
Future
De toekomende tijd van 'orinar' is regelmatig: orinaré, orinarás, orinará, orinaremos, orinaréis, orinarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng orinar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'orinar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent orinar in het Spaans?
orinar betekent "urineren".
Is orinar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
orinar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je orinar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van orinar is: yo orino, tú orinas, él/ella/usted orina, nosotros orinamos, vosotros orináis, ellos/ellas/ustedes orinan.
Hoe vervoeg je orinar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van orinar is: yo oriné, tú orinaste, él/ella/usted orinó, nosotros orinamos, vosotros orinasteis, ellos/ellas/ustedes orinaron.
