patearVervoeging
patear betekent schoppen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van patear is regelmatig: pateara, patearas, pateara, pateáramos, patearais, patearan.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjunctief van patear is regelmatig: patee, patees, patee, pateemos, pateéis, pateen.
Imperative
Imperative
De affirmatieve imperatief van patear gebruikt: patea (tú), patee (usted), patead (vosotros), pateen (ustedes).
Negative Imperative
De negatieve imperatief van patear is: no patees, no patee, no pateemos, no pateéis, no pateen.
Indicative
Imperfect
De imperfectum van patear is regelmatig: pateaba, pateabas, pateaba, pateábamos, pateabais, pateaban.
Conditional
De conditionele van patear is regelmatig: patearía, patearías, patearía, patearíamos, patearíais, patearían.
Present
De tegenwoordige tijd van patear is regelmatig: pateo, pateas, patea, pateamos, pateáis, patean.
Preterite
De preteritum van patear is regelmatig: pateé, pateaste, pateó, pateamos, pateasteis, patearon.
Future
De toekomende tijd van patear is regelmatig: patearé, patearás, pateará, patearemos, patearéis, patearán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng patear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'patear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent patear in het Spaans?
patear betekent "schoppen".
Is patear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
patear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je patear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van patear is: yo pateo, tú pateas, él/ella/usted patea, nosotros pateamos, vosotros pateáis, ellos/ellas/ustedes patean.
Hoe vervoeg je patear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van patear is: yo pateé, tú pateaste, él/ella/usted pateó, nosotros pateamos, vosotros pateasteis, ellos/ellas/ustedes patearon.
