patrullarVervoeging
patrullar betekent patrouilleren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd (conjunctief) van 'patrullar' (patrullara/patrullase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd (conjunctief) van 'patrullar' (patrulle, patrulles, etc.) drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'patrullar' gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd (conjunctief): no patrulles, no patrulle, etc.
Imperative
Geboden voor 'patrullar' zijn direct: ¡patrulla! (jij), ¡patrulle! (u), etc.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'patrullar' is regelmatig: patrullaría, patrullarías, patrullaría, etc. (stam is de infinitief).
Preterite
De voltooid verleden tijd (preterite) van 'patrullar' is regelmatig: patrullé, patrullaste, patrulló, patrullamos, patrullasteis, patrullaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd (imperfect) van 'patrullar' is regelmatig: patrullaba, patrullabas, patrullaba, patrullábamos, patrullabais, patrullaban.
Present
De tegenwoordige tijd (indicatief) van 'patrullar' is regelmatig: patrullo, patrullas, patrulla, patrullamos, patrulláis, patrullan.
Future
De toekomende tijd van 'patrullar' is regelmatig: patrullaré, patrullarás, patrullará, etc. (stam is de infinitief).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng patrullar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'patrullar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent patrullar in het Spaans?
patrullar betekent "patrouilleren".
Is patrullar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
patrullar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je patrullar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van patrullar is: yo patrullo, tú patrullas, él/ella/usted patrulla, nosotros patrullamos, vosotros patrulláis, ellos/ellas/ustedes patrullan.
Hoe vervoeg je patrullar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van patrullar is: yo patrullé, tú patrullaste, él/ella/usted patrulló, nosotros patrullamos, vosotros patrullasteis, ellos/ellas/ustedes patrullaron.
