peinarVervoeging
peinar betekent kammen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van peinar heeft twee vormen, zoals peinara/peinase en peinara/peinase.
Present Subjunctive
Peine, peines, peinemos, peinéis, peinen zijn de tegenwoordige tijd conjunctief vormen van peinar.
Imperative
Negative Imperative
No peines, no peine, no peinemos, no peinéis, no peinen zijn de ontkennende commando's voor peinar.
Imperative
Peina, peine, peinemos, peinad, peinen zijn de bevestigende gebiedende wijs vormen voor peinar.
Indicative
Conditional
Peinaría, peinarías, peinaría, peinaríamos, peinaríais, peinarían drukken hypothetische of beleefde acties in het verleden uit met peinar.
Preterite
Peiné, peinaste, peinó, peinamos, peinasteis, peinaron zijn de voltooide acties in het verleden voor peinar.
Imperfect
Peinaba, peinabas, peinaba, peinábamos, peinabais, peinaban beschrijven voortdurende of gebruikelijke haar kammen in het verleden.
Present
Peino, peinas, peina, peinamos, peináis, peinan worden gebruikt voor huidige acties en gewoonten met peinar.
Future
Peinaré, peinarás, peinará, peinaremos, peinaréis, peinarán drukken toekomstige acties uit met peinar.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng peinar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'peinar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent peinar in het Spaans?
peinar betekent "kammen".
Is peinar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
peinar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je peinar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van peinar is: yo peino, tú peinas, él/ella/usted peina, nosotros peinamos, vosotros peináis, ellos/ellas/ustedes peinan.
Hoe vervoeg je peinar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van peinar is: yo peiné, tú peinaste, él/ella/usted peinó, nosotros peinamos, vosotros peinasteis, ellos/ellas/ustedes peinaron.
