pelarVervoeging
pelar means pellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van pelar is regelmatig: pelara, pelaras, pelara, peláramos, pelarais, pelaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van pelar gebruikt -e uitgangen: pele, peles, pele, pelemos, peléis, pelen.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van pelar gebruikt de tegenwoordige conjunctief: no peles, no pele, no pelemos, no peléis, no pelen.
Imperative
Het imperatief van pelar geeft commando's: pela (jij), pelad (jullie), pele (u), pelen (u allen).
Indicative
Conditional
De conditioneel van pelar is regelmatig: pelaría, pelarías, pelaría, pelaríamos, pelaríais, pelarían.
Preterite
Het preteritum van pelar is regelmatig: pelé, pelaste, peló, pelamos, pelasteis, pelaron.
Imperfect
Het imperfectum van pelar gebruikt de standaard -aba uitgangen: pelaba, pelabas, pelaba, pelábamos, pelabais, pelaban.
Present
De tegenwoordige tijd van pelar volgt het standaard -ar patroon: pelo, pelas, pela, pelamos, peláis, pelan.
Future
De toekomende tijd van pelar wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan het infinitief: pelaré, pelarás, pelará, pelaremos, pelaréis, pelarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pelar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pelar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pelar in het Spaans?
pelar betekent "pellen".
Is pelar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pelar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pelar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pelar is: yo pelo, tú pelas, él/ella/usted pela, nosotros pelamos, vosotros peláis, ellos/ellas/ustedes pelan.
Hoe vervoeg je pelar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pelar is: yo pelé, tú pelaste, él/ella/usted peló, nosotros pelamos, vosotros pelasteis, ellos/ellas/ustedes pelaron.
