pensarVervoeging
pensar betekent denken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Pensar' is een werkwoord met klinkerwisseling (e > ie) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De futuro van 'pensar' is regelmatig: pensaré, pensarás, pensará, pensaremos, pensaréis, pensarán.
Imperfect
De imperfecto van 'pensar' is regelmatig: pensaba, pensabas, pensaba, pensábamos, pensabais, pensaban.
Conditional
De condicional van 'pensar' is regelmatig: pensaría, pensarías, pensaría, pensaríamos, pensaríais, pensarían.
Preterite
De preterito van 'pensar' is regelmatig: pensé, pensaste, pensó, pensamos, pensasteis, pensaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de presente subjuntivo: no pienses, no piense, no pensemos, no penséis, no piensen.
Imperative
De imperativo gebruikt de 'ie'-stam voor de meeste bevelen: piensa, piense, pensemos, pensad, piensen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De presente subjuntivo van 'pensar' volgt de e > ie klinkerwisseling: piense, pienses, piense, pensemos, penséis, piensen.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjuntivo van 'pensar' is gebaseerd op de preterito: pensara, pensaras, pensara, pensáramos, pensarais, pensaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pensar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pensar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pensar in het Spaans?
pensar betekent "denken".
Is pensar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pensar is een irregular (e>ie stem-changing) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pensar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pensar is: yo pienso, tú piensas, él/ella/usted piensa, nosotros pensamos, vosotros pensáis, ellos/ellas/ustedes piensan.
Hoe vervoeg je pensar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pensar is: yo pensé, tú pensaste, él/ella/usted pensó, nosotros pensamos, vosotros pensasteis, ellos/ellas/ustedes pensaron.
