perderVervoeging
perder betekent verliezen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Perder' is een werkwoord met klinkerwisseling e-naar-ie (pierdo, pierdes, pierde, pierden), behalve voor nosotros en vosotros.
Future
De futuro van 'perder' is regelmatig: perderé, perderás, perderá, perderemos, perderéis, perderán.
Imperfect
De imperfecto van 'perder' is regelmatig: perdía, perdías, perdía, perdíamos, perdíais, perdían.
Conditional
De condicional van 'perder' is regelmatig: perdería, perderías, perdería, perderíamos, perderíais, perderían.
Preterite
De preterito van 'perder' is regelmatig: perdí, perdiste, perdió, perdimos, perdisteis, perdieron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + present subjunctive: no pierdas, no pierda, no perdamos, no perdáis, no pierdan.
Imperative
Directe bevelen om te verliezen of niet te verliezen: pierde (tú), pierda (usted), perdamos (nosotros), perded (vosotros), pierdan (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De present subjunctive volgt de e-naar-ie klinkerwisseling: pierda, pierdas, pierda, perdamos, perdáis, pierdan.
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive gebruikt de 'perdier-' stam: perdiera, perdieras, perdiera, perdiéramos, perdierais, perdieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng perder van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'perder' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent perder in het Spaans?
perder betekent "verliezen".
Is perder een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
perder is een irregular (e:ie stem-change) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je perder in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van perder is: yo pierdo, tú pierdes, él/ella/usted pierde, nosotros perdemos, vosotros perdéis, ellos/ellas/ustedes pierden.
Hoe vervoeg je perder in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van perder is: yo perdí, tú perdiste, él/ella/usted perdió, nosotros perdimos, vosotros perdisteis, ellos/ellas/ustedes perdieron.
