perecerVervoeging
perecer betekent vergaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief wordt gevormd uit de stam van de derde persoon meervoud van de preteritum: pereciera, perecieras, pereciera, pereciéramos, perecierais, perecieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'perecer' heeft een 'z' voor de 'c' in alle vormen: perezca, perezcas, perezca, perezcamos, perezcáis, perezcan.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt altijd de 'zc'-conjunctiefvormen: no perezcas, no perezca, no perezcamos, no perezcáis, no perezcan.
Imperative
De imperatief gebruikt 'perece' (tú) en 'pereced' (vosotros), terwijl andere vormen de 'zc'-conjunctiefstam gebruiken.
Indicative
Conditional
De conditioneel is regelmatig: perecería, perecerías, perecería, pereceríamos, pereceríais, perecerían.
Preterite
De preteritum van 'perecer' is regelmatig: perecí, pereciste, pereció, perecimos, perecisteis, perecieron.
Imperfect
De imperfectum is regelmatig voor -er werkwoorden: perecía, perecías, perecía, perecíamos, perecíais, perecían.
Present
De indicatief tegenwoordige tijd is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm: perezco.
Future
De toekomende tijd is volledig regelmatig: pereceré, perecerás, perecerá, pereceremos, pereceréis, perecerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng perecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'perecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent perecer in het Spaans?
perecer betekent "vergaan".
Is perecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
perecer is een irregular (z-c change) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je perecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van perecer is: yo perezco, tú pereces, él/ella/usted perece, nosotros perecemos, vosotros perecéis, ellos/ellas/ustedes perecen.
Hoe vervoeg je perecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van perecer is: yo perecí, tú pereciste, él/ella/usted pereció, nosotros perecimos, vosotros perecisteis, ellos/ellas/ustedes perecieron.
