persistirVervoeging
persistir means voortduren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'persistiera' of 'persistiese' voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
Gebruik 'persista' (yo/él/ella/usted) voor wensen, twijfels, emoties en na onpersoonlijke uitdrukkingen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen zoals 'no persistas' (jij) gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'persiste' (jij) en 'persistan' (jullie/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik 'persistiría', 'persistirías', 'persistiría', etc., voor hypothetische 'zou'-situaties.
Preterite
Gebruik 'persistí', 'persististe', 'persistió', etc., voor voltooide acties van volharden in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'persistía', 'persistías', 'persistía', etc., voor doorlopende of gebruikelijke acties van volharden in het verleden.
Present
Gebruik 'persisto', 'persistes', 'persiste', etc., voor lopende acties of algemene waarheden over volharden.
Future
Gebruik 'persistiré', 'persistirás', 'persistirá', etc., voor acties die in de toekomst zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng persistir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'persistir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent persistir in het Spaans?
persistir betekent "voortduren".
Is persistir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
persistir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je persistir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van persistir is: yo persisto, tú persistes, él/ella/usted persiste, nosotros persistimos, vosotros persistís, ellos/ellas/ustedes persisten.
Hoe vervoeg je persistir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van persistir is: yo persistí, tú persististe, él/ella/usted persistió, nosotros persistimos, vosotros persististeis, ellos/ellas/ustedes persistieron.
