pertenecerVervoeging
pertenecer means ergens bij horen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Future
De toekomende tijd van 'pertenecer' (perteneceré) beschrijft acties die zullen plaatsvinden.
Conditional
De conditionele tijd van 'pertenecer' (pertenecería) drukt hypothetische situaties ('zou behoren') en beleefde verzoeken uit.
Present
De tegenwoordige tijd van 'pertenecer' (pertenezco) is voor huidige acties, gewoonten en algemene waarheden.
Imperfect
De imperfecte tijd van 'pertenecer' (pertenecía) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties van ergens toe behoren in het verleden.
Preterite
De preteritum van 'pertenecer' (pertenecí) is voor voltooide acties van ergens toe behoren in het verleden.
Imperative
Imperative
Gebruik de imperatief van 'pertenecer' voor directe bevelen: pertenece (jij), pertenza (u), etc.
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'pertenecer' gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd (subjunctief): no pertenezcas (jij), no pertenezca (u), etc.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd (subjunctief) van 'pertenecer' (pertenezca) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
ImperfectAlt
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctief van 'pertenecer' (perteneciera/perteneciera) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden, wensen en twijfels.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pertenecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pertenecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pertenecer in het Spaans?
pertenecer betekent "ergens bij horen".
Is pertenecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pertenecer is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pertenecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pertenecer is: yo pertenezco, tú perteneces, él/ella/usted pertenece, nosotros pertenecemos, vosotros pertenecéis, ellos/ellas/ustedes pertenecen.
Hoe vervoeg je pertenecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pertenecer is: yo pertenecí, tú perteneciste, él/ella/usted perteneció, nosotros pertenecimos, vosotros pertenecisteis, ellos/ellas/ustedes pertenecieron.
