perturbarVervoeging
perturbar means verstoren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Perturbara/perturbase, perturbaras/perturbases, etc. zijn de vormen van de imperfect subjunctive voor 'perturbar'.
Present Subjunctive
Perturbe, perturbes, perturbemos, perturbéis, perturben zijn de vormen van de present subjunctive voor 'perturbar'.
Imperative
Negative Imperative
No perturbes, no perturbe, no perturbemos, no perturbéis, no perturben zijn de negatieve bevelen voor 'perturbar'.
Imperative
Perturba, perturbe, perturbemos, perturbad, perturben zijn de bevelen voor 'perturbar'.
Indicative
Conditional
Perturbaría, perturbarías, perturbaría, perturbaríamos, perturbaríais, perturbarían beschrijven hypothetische of beleefde toepassingen van 'perturbar'.
Preterite
Perturbé, perturbaste, perturbó, perturbamos, perturbasteis, perturbaron beschrijven voltooide acties in het verleden met 'perturbar'.
Imperfect
Perturbaba, perturbabas, perturbaba, perturbábamos, perturbabais, perturbaban beschrijven doorlopende of gebruikelijke verstoringen in het verleden met 'perturbar'.
Present
Perturbo, perturbas, perturba, perturbamos, perturbáis, perturban beschrijven huidige of gebruikelijke verstoringen met 'perturbar'.
Future
Perturbaré, perturbarás, perturbará, perturbarémosten, perturbaréis, perturbarán voorspellen of speculeren over toekomstige verstoringen met 'perturbar'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng perturbar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'perturbar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent perturbar in het Spaans?
perturbar betekent "verstoren".
Is perturbar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
perturbar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je perturbar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van perturbar is: yo perturbo, tú perturbas, él/ella/usted perturba, nosotros perturbamos, vosotros perturbáis, ellos/ellas/ustedes perturban.
Hoe vervoeg je perturbar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van perturbar is: yo perturbé, tú perturbaste, él/ella/usted perturbó, nosotros perturbamos, vosotros perturbasteis, ellos/ellas/ustedes perturbaron.
