pesarVervoeging
pesar betekent wegen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'pesar' (peso, pesas...) beschrijft acties die nu gebeuren, gebruikelijke acties of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van 'pesar' (pesar, pesará...) geeft acties aan die zullen gebeuren of drukt waarschijnlijkheid uit.
Imperfect
De imperfectum van 'pesar' (pesaba, pesabas...) beschrijft voortdurende of gebruikelijke acties uit het verleden, zoals 'ik woog vroeger' of 'het woog'.
Conditional
De conditioneel van 'pesar' (pesaría, pesarías...) drukt hypothetische uitkomsten ('zou wegen') of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De pretérito indefinido van 'pesar' (pesé, pesaste...) wordt gebruikt voor voltooide acties in het verleden, zoals 'ik woog' of 'het woog' op een specifiek moment.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik de ontkennende gebiedende wijs van 'pesar' met 'no' en de tegenwoordige conjunctief, zoals 'no peses' (niet wegen).
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van 'pesar' voor directe commando's zoals 'weeg!' of 'laten we wegen!'.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'pesar' (pesa, peses...) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'pesar' (pesara, pesaras...) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pesar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pesar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pesar in het Spaans?
pesar betekent "wegen".
Is pesar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pesar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pesar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pesar is: yo peso, tú pesas, él/ella/usted pesa, nosotros pesamos, vosotros pesáis, ellos/ellas/ustedes pesan.
Hoe vervoeg je pesar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pesar is: yo pesé, tú pesaste, él/ella/usted pesó, nosotros pesamos, vosotros pesasteis, ellos/ellas/ustedes pesaron.
