pisotearVervoeging
pisotear means vertrappen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van 'pisotear' (bijv. pisoteara, pisotearas) wordt gebruikt voor verleden 'wat als'-scenario's, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De present subjunctive van 'pisotear' (bijv. pisee, pisees) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie, of in bepaalde bevelen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'pisotear' gebruiken de present subjunctive: ¡no pisotees! (jij), ¡no pisotee! (u), etc.
Imperative
Gebruik de imperatief van 'pisotear' voor directe bevelen: ¡pisotea! (jij), ¡pisotee! (u), etc.
Indicative
Conditional
De conditional van 'pisotear' (pisotearía, pisotearías) is voor 'zou'-scenario's, beleefde verzoeken, of future-in-the-past.
Preterite
De preterite van 'pisotear' (pisé, pisoteaste, pisoteó) beschrijft voltooide acties zoals iets eenmalig vertrapt hebben.
Imperfect
De imperfect van 'pisotear' (pisoteaba, pisoteabas) beschrijft lopende of gebruikelijke acties van trappen in het verleden.
Present
De present tense van 'pisotear' (piso, pisoteas, pisa) is voor acties die nu gebeuren of gewoontegetrouw trappen.
Future
De future van 'pisotear' (pisoteare, pisotearás) voorspelt of drukt waarschijnlijkheid uit over trappen.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pisotear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pisotear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pisotear in het Spaans?
pisotear betekent "vertrappen".
Is pisotear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pisotear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pisotear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pisotear is: yo pisoteo, tú pisoteas, él/ella/usted pisotea, nosotros pisoteamos, vosotros pisoteáis, ellos/ellas/ustedes pisotean.
Hoe vervoeg je pisotear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pisotear is: yo pisoteé, tú pisoteaste, él/ella/usted pisoteó, nosotros pisoteamos, vosotros pisoteasteis, ellos/ellas/ustedes pisotearon.
