Inklingo
Een persoon die naar een grote kleurrijke kaart kijkt die op een tafel ligt met kleine houten markeringen.

planear

plannen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord planear betekent plannen.

Tegenwoordige tijd:

yoplaneo
planeas
él/ella/ustedplanea
nosotrosplaneamos
vosotrosplaneáis
ellos/ellas/ustedesplanean

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedesplanearan
yoplaneara
planearas
vosotrosplanearais
nosotrosplaneáramos
él/ella/ustedplaneara

Gebruik de verleden conjunctief-vormen zoals 'planeara' voor hypothetische situaties of wensen uit het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesplaneen
yoplanee
planees
vosotrosplaneéis
nosotrosplaneemos
él/ella/ustedplanee

Gebruik de tegenwoordige conjunctief-vormen zoals 'planee' na wensen, twijfels en emoties.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no planees
vosotrosno planeéis
ustedesno planeen
nosotrosno planeemos
ustedno planee

Negatieve bevelen zoals 'no planees' gebruiken de tegenwoordige conjunctief.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

planea
vosotrosplanead
ustedesplaneen
nosotrosplaneemos
ustedplanee

Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'planea' (plan!) voor directe bevelen aan tú.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedesplanearían
yoplanearía
planearías
vosotrosplanearíais
nosotrosplanearíamos
él/ella/ustedplanearía

De conditionele tijd van planear is regelmatig: planearía, planearías, planearía, planearíamos, planearíais, planearían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedesplanearon
yoplaneé
planeaste
vosotrosplaneasteis
nosotrosplaneamos
él/ella/ustedplaneó

De voltooid verleden tijd van planear is regelmatig: planeé, planeaste, planeó, planeamos, planeasteis, planearon.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedesplaneaban
yoplaneaba
planeabas
vosotrosplaneabais
nosotrosplaneábamos
él/ella/ustedplaneaba

De verleden onvoltooid tegenwoordige tijd van planear is regelmatig: planeaba, planeabas, planeaba, planeábamos, planeabais, planeaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesplanean
yoplaneo
planeas
vosotrosplaneáis
nosotrosplaneamos
él/ella/ustedplanea

De tegenwoordige tijd van planear is regelmatig: planeo, planeas, planea, planeamos, planeáis, planean.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedesplanearán
yoplanearé
planearás
vosotrosplanearéis
nosotrosplanearemos
él/ella/ustedplaneará

De toekomende tijd van planear is regelmatig: planearé, planearás, planeará, planearemos, planearéis, planearán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng planear van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'planear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.