Inklingo
Een persoon die in een tuin knielt en voorzichtig een klein groen zaailingje in een gat in de donkere aarde plaatst.

plantar

planten

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord plantar betekent planten.

Tegenwoordige tijd:

yoplanto
plantas
él/ella/ustedplanta
nosotrosplantamos
vosotrosplantáis
ellos/ellas/ustedesplantan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedesplantaran
yoplantara
plantaras
vosotrosplantarais
nosotrosplantáramos
él/ella/ustedplantara

De verleden onvoltooide aanvoegende wijs van 'plantar' is regelmatig: plantara, plantaras, plantara, plantáramos, plantarais, plantaran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesplanten
yoplante
plantes
vosotrosplantéis
nosotrosplantemos
él/ella/ustedplante

De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'plantar' is regelmatig: plante, plantes, plante, plantemos, plantéis, planten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no plantes
vosotrosno plantéis
ustedesno planten
nosotrosno plantemos
ustedno plante

Het ontkennende gebiedende wijs van 'plantar' gebruikt 'no' plus de tegenwoordige aanvoegende wijs: no plantes, no plante, no plantemos, no plantéis, no planten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

planta
vosotrosplantad
ustedesplanten
nosotrosplantemos
ustedplante

Het bevestigende gebiedende wijs van 'plantar' gebruikt: planta (jij), plantad (jullie), en de gebiedende wijs vormen voor de rest.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedesplantarían
yoplantaría
plantarías
vosotrosplantaríais
nosotrosplantaríamos
él/ella/ustedplantaría

De voorwaardelijke wijs van 'plantar' is regelmatig: plantaría, plantarías, plantaría, plantaríamos, plantaríais, plantarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedesplantaron
yoplanté
plantaste
vosotrosplantasteis
nosotrosplantamos
él/ella/ustedplantó

De verleden tijd van 'plantar' is regelmatig: planté, plantaste, plantó, plantamos, plantasteis, plantaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedesplantaban
yoplantaba
plantabas
vosotrosplantabais
nosotrosplantábamos
él/ella/ustedplantaba

De onvoltooide verleden tijd van 'plantar' is regelmatig: plantaba, plantabas, plantaba, plantábamos, plantabais, plantaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesplantan
yoplanto
plantas
vosotrosplantáis
nosotrosplantamos
él/ella/ustedplanta

De tegenwoordige tijd van 'plantar' is regelmatig: planto, plantas, planta, plantamos, plantáis, plantan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedesplantarán
yoplantaré
plantarás
vosotrosplantaréis
nosotrosplantaremos
él/ella/ustedplantará

De toekomende tijd van 'plantar' is regelmatig: plantaré, plantarás, plantará, plantaremos, plantaréis, plantarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng plantar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'plantar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.