plantearVervoeging
plantear means voorstellen of aankaarten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'planteara', 'plantearas', 'plantearamos', 'plantearais', 'plantearan' voor vroegere wensen, hypothetische situaties of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik 'plantee', 'plantes', 'planteemos', 'planteéis', 'planteen' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no + tegenwoordige tijd (conjunctief)' vormen zoals 'no plantees', 'no plantee', 'no planteemos', 'no planteéis', 'no planteen' voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'plantea', 'plantee', 'planteemos', 'plantead', 'planteen' voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik 'plantearía', 'plantearías', 'plantearía', 'plantearíamos', 'plantearíais', 'plantearían' voor hypothetische situaties ('zou') of beleefde verzoeken.
Preterite
Gebruik 'planteé', 'planteaste', 'planteó', 'planteamos', 'planteasteis', 'plantearon' voor voltooide acties in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'planteaba', 'planteabas', 'planteaba', 'planteábamos', 'planteabais', 'planteaban' voor doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
Gebruik 'planto', 'plantes', 'plantea', 'planteamos', 'planteáis', 'plantean' voor acties die nu gebeuren of gebruikelijke acties.
Future
Gebruik 'plantearé', 'plantearás', 'planteará', 'plantearemos', 'plantearéis', 'plantearán' voor toekomstige acties of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng plantear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'plantear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent plantear in het Spaans?
plantear betekent "voorstellen of aankaarten".
Is plantear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
plantear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je plantear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van plantear is: yo planteo, tú planteas, él/ella/usted plantea, nosotros planteamos, vosotros planteáis, ellos/ellas/ustedes plantean.
Hoe vervoeg je plantear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van plantear is: yo planteé, tú planteaste, él/ella/usted planteó, nosotros planteamos, vosotros planteasteis, ellos/ellas/ustedes plantearon.
