predicarVervoeging
predicar means preken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van predicar gebruikt de -ra uitgangen: predicara, predicaras, predicara, predicáramos, predicarais, predicaran.
Present Subjunctive
Predicar heeft een spellingwijziging (c naar qu) in alle vormen: predique, prediques, predique, prediquemos, prediquéis, prediquen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt de vormen van de tegenwoordige aanvoegende wijs: no prediques, no predique, no prediquemos, no prediquéis, no prediquen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'predica' (tú) en 'predique' (usted/ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van predicar is regelmatig: predicaría, predicarías, predicaría, predicaríamos, predicaríais, predicarían.
Preterite
Predicar is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die verandert in 'prediqué'.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van predicar is regelmatig: predicaba, predicabas, predicaba, predicábamos, predicabais, predicaban.
Present
Predicar is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd: predico, predicas, predica, predicamos, predicáis, predican.
Future
De toekomende tijd van predicar is regelmatig: predicaré, predicarás, predicará, predicaremos, predicaréis, predicarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng predicar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'predicar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent predicar in het Spaans?
predicar betekent "preken".
Is predicar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
predicar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je predicar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van predicar is: yo predico, tú predicas, él/ella/usted predica, nosotros predicamos, vosotros predicáis, ellos/ellas/ustedes predican.
Hoe vervoeg je predicar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van predicar is: yo prediqué, tú predicaste, él/ella/usted predicó, nosotros predicamos, vosotros predicasteis, ellos/ellas/ustedes predicaron.
