Inklingo
Een eenvoudige illustratie die toont hoe één persoon twee andere personen aan elkaar voorstelt met een welkom gebaar.

presentar

voorstellen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord presentar betekent voorstellen.

Tegenwoordige tijd:

yopresento
presentas
él/ella/ustedpresenta
nosotrospresentamos
vosotrospresentáis
ellos/ellas/ustedespresentan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedpresenta
yopresento
presentas
ellos/ellas/ustedespresentan
nosotrospresentamos
vosotrospresentáis

De tegenwoordige tijd van 'presentar' is regelmatig: presento, presentas, presenta, presentamos, presentáis, presentan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedpresentará
yopresentaré
presentarás
ellos/ellas/ustedespresentarán
nosotrospresentaremos
vosotrospresentaréis

De toekomende tijd van 'presentar' is regelmatig: presentaré, presentarás, presentará, presentaremos, presentaréis, presentarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedpresentaba
yopresentaba
presentabas
ellos/ellas/ustedespresentaban
nosotrospresentábamos
vosotrospresentabais

Het imperfectum van 'presentar' is regelmatig: presentaba, presentabas, presentaba, presentábamos, presentabais, presentaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedpresentaría
yopresentaría
presentarías
ellos/ellas/ustedespresentarían
nosotrospresentaríamos
vosotrospresentaríais

De conditionele wijs van 'presentar' is regelmatig: presentaría, presentarías, presentaría, presentaríamos, presentaríais, presentarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedpresentó
yopresenté
presentaste
ellos/ellas/ustedespresentaron
nosotrospresentamos
vosotrospresentasteis

Het preteritum van 'presentar' is regelmatig: presenté, presentaste, presentó, presentamos, presentasteis, presentaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno presenten
nosotrosno presentemos
no presentes
ustedno presente
vosotrosno presentéis

Het negatieve imperatief van 'presentar' gebruikt het presens subjunctief: no presentes, no presente, no presentemos, no presentéis, no presenten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedespresenten
nosotrospresentemos
presenta
ustedpresente
vosotrospresentad

Het affirmatieve imperatief van 'presentar': presenta (tú), presente (Ud.), presentemos, presentad, presenten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedpresente
yopresente
presentes
ellos/ellas/ustedespresenten
nosotrospresentemos
vosotrospresentéis

Het presens subjunctief van 'presentar' is regelmatig: presente, presentes, presente, presentemos, presentéis, presenten.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedpresentara/presentase
yopresentara/presentase
presentaras/presentases
ellos/ellas/ustedespresentaran/presentasen
nosotrospresentáramos/presentásemos
vosotrospresentarais/presentaseis

Het imperfectum subjunctief van 'presentar' gebruikt de -ra uitgangen: presentara, presentaras, presentara, presentáramos, presentarais, presentaran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng presentar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'presentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.