presentarVervoeging
presentar betekent voorstellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'presentar' is regelmatig: presento, presentas, presenta, presentamos, presentáis, presentan.
Future
De toekomende tijd van 'presentar' is regelmatig: presentaré, presentarás, presentará, presentaremos, presentaréis, presentarán.
Imperfect
Het imperfectum van 'presentar' is regelmatig: presentaba, presentabas, presentaba, presentábamos, presentabais, presentaban.
Conditional
De conditionele wijs van 'presentar' is regelmatig: presentaría, presentarías, presentaría, presentaríamos, presentaríais, presentarían.
Preterite
Het preteritum van 'presentar' is regelmatig: presenté, presentaste, presentó, presentamos, presentasteis, presentaron.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van 'presentar' gebruikt het presens subjunctief: no presentes, no presente, no presentemos, no presentéis, no presenten.
Imperative
Het affirmatieve imperatief van 'presentar': presenta (tú), presente (Ud.), presentemos, presentad, presenten.
Subjunctive
Present Subjunctive
Het presens subjunctief van 'presentar' is regelmatig: presente, presentes, presente, presentemos, presentéis, presenten.
Imperfect Subjunctive
Het imperfectum subjunctief van 'presentar' gebruikt de -ra uitgangen: presentara, presentaras, presentara, presentáramos, presentarais, presentaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng presentar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'presentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent presentar in het Spaans?
presentar betekent "voorstellen".
Is presentar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
presentar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je presentar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van presentar is: yo presento, tú presentas, él/ella/usted presenta, nosotros presentamos, vosotros presentáis, ellos/ellas/ustedes presentan.
Hoe vervoeg je presentar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van presentar is: yo presenté, tú presentaste, él/ella/usted presentó, nosotros presentamos, vosotros presentasteis, ellos/ellas/ustedes presentaron.
