procederVervoeging
proceder betekent handelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfecto de subjuntivo (procediera/procediese) voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
Gebruik 'proceda' (ik/hij/zij/u), 'procedas' (jij), 'procedamos' (wij), 'procedan' (zij/jullie), 'procedáis' (jullie) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no procedas' (jij), 'no proceda' (u), 'no procedamos' (wij), 'no procedan' (jullie/zij), 'no procedáis' (jullie) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'procede' (jij), 'proceda' (u), 'procedamos' (wij), 'procedan' (jullie/zij), 'proceded' (jullie) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditional van 'proceder' is regelmatig: procedería, procederías, procedería, procederíamos, procederíais, procederían.
Preterite
De preterito van 'proceder' is regelmatig: procedí, procediste, procedió, procedimos, procedisteis, procedieron.
Imperfect
De imperfecto van 'proceder' is regelmatig: procedía, procedías, procedía, procedíamos, procedíais, procedían.
Present
De tegenwoordige tijd (indicatief) van 'proceder' is regelmatig: procedo, procedes, procede, procedemos, procedéis, proceden.
Future
De futuro van 'proceder' is regelmatig: procederé, procederás, procederá, procederemos, procederéis, procederán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng proceder van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'proceder' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent proceder in het Spaans?
proceder betekent "handelen".
Is proceder een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
proceder is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je proceder in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van proceder is: yo procedo, tú procedes, él/ella/usted procede, nosotros procedemos, vosotros procedéis, ellos/ellas/ustedes proceden.
Hoe vervoeg je proceder in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van proceder is: yo procedí, tú procediste, él/ella/usted procedió, nosotros procedimos, vosotros procedisteis, ellos/ellas/ustedes procedieron.
