procurarVervoeging
procurar means proberen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van procurar heeft twee vormen: procurara/procurase en procurara/procurase.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van procurar is: procure, procures, procure, procuremos, procuréis, procuren.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van procurar gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no procures, no procure, no procuremos, no procuréis, no procuren.
Imperative
Het gebiedende wijs van procurar is onregelmatig in de vosotros-vorm: procura, procure, procuremos, procurad, procuren.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van procurar is: procuraría, procurarías, procuraría, procuraríamos, procuraríais, procurarían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van procurar is regelmatig: procuré, procuraste, procuró, procuramos, procurasteis, procuraron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd (imperfectum) van procurar is: procuraba, procurabas, procuraba, procurábamos, procurabais, procuraban.
Present
De tegenwoordige tijd van de indicatief van procurar is: procuro, procuras, procura, procuramos, procuráis, procuran.
Future
De toekomende tijd van procurar is: procuraré, procurarás, procurará, procuraremos, procuraréis, procurarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng procurar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'procurar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent procurar in het Spaans?
procurar betekent "proberen".
Is procurar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
procurar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je procurar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van procurar is: yo procuro, tú procuras, él/ella/usted procura, nosotros procuramos, vosotros procuráis, ellos/ellas/ustedes procuran.
Hoe vervoeg je procurar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van procurar is: yo procuré, tú procuraste, él/ella/usted procuró, nosotros procuramos, vosotros procurasteis, ellos/ellas/ustedes procuraron.
