provocarVervoeging
provocar betekent veroorzaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'provocar' gebruikt altijd de 'qu'-spellingwijziging: no provoques, no provoque, no provoquemos, no provoquen.
Imperative
De gebiedende wijs van 'provocar' gebruikt de spellingwijziging 'qu' voor formele commando's: provoca (tú), provoque (usted), provoquen (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'provocar' vereist een spellingwijziging van 'c' naar 'qu' in alle vormen: provoque, provoques, provoque, provoquemos, provocéís, provoquen.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'provocar' wordt gevormd uit de derde persoon meervoud verleden tijd: provocara, provocaras, provocara, provocáramos, provocarais, provocaran.
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'provocar' is volledig regelmatig: provoco, provocas, provoca, provocamos, provocáis, provocan.
Future
De toekomende tijd van 'provocar' is regelmatig: provocaré, provocarás, provocará, provocaremos, provocaréis, provocarán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'provocar' is regelmatig: provocaba, provocabas, provocaba, provocábamos, provocabais, provocaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'provocar' is regelmatig: provocaría, provocarías, provocaría, provocaríamos, provocaríais, provocarían.
Preterite
De verleden tijd van 'provocar' is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die 'c' verandert in 'qu': provoqué.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng provocar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'provocar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent provocar in het Spaans?
provocar betekent "veroorzaken".
Is provocar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
provocar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je provocar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van provocar is: yo provoco, tú provocas, él/ella/usted provoca, nosotros provocamos, vosotros provocáis, ellos/ellas/ustedes provocan.
Hoe vervoeg je provocar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van provocar is: yo provoqué, tú provocaste, él/ella/usted provocó, nosotros provocamos, vosotros provocasteis, ellos/ellas/ustedes provocaron.
