proyectarVervoeging
proyectar betekent projecteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van 'proyectar' (proyectara/proyectase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De presens subjunctief van 'proyectar' (proyecte, proyectes, proyectemos...) drukt wensen, twijfels of onzekerheid uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de presens subjunctief: ¡no proyectes!, ¡no proyectemos!, ¡no proyecten!.
Imperative
Gebruik de imperatief van 'proyectar' voor directe bevelen: ¡proyecta!, ¡proyectemos!, ¡proyecten!.
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'proyectar' (proyectaría, proyectarías...) is voor hypothetische ('zou'), beleefde verzoeken of toekomst in het verleden.
Preterite
De preteritum van 'proyectar' is regelmatig: proyecté, proyectaste, proyectó, proyectamos, proyectasteis, proyectaron.
Imperfect
De imperfectum van 'proyectar' (proyectaba, proyectabas...) beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen uit het verleden.
Present
De presens van 'proyectar' (proyecto, proyectas, proyecta...) is voor huidige acties, gewoontes of algemene waarheden.
Future
De futurum van 'proyectar' (proyectaré, proyectarás...) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng proyectar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'proyectar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent proyectar in het Spaans?
proyectar betekent "projecteren".
Is proyectar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
proyectar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je proyectar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van proyectar is: yo proyecto, tú proyectas, él/ella/usted proyecta, nosotros proyectamos, vosotros proyectáis, ellos/ellas/ustedes proyectan.
Hoe vervoeg je proyectar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van proyectar is: yo proyecté, tú proyectaste, él/ella/usted proyectó, nosotros proyectamos, vosotros proyectasteis, ellos/ellas/ustedes proyectaron.
