pulirVervoeging
pulir means poetsen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfecte conjunctiefvormen zoals 'pudiera' (ik/hij/zij/u) en 'pudieran' (zij/u allen) voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige conjunctiefvormen zoals 'pula' (ik/hij/zij/u) en 'pulan' (zij/u allen) na uitdrukkingen van twijfel, wens of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief met 'no', zoals 'no pulas' (jij) en 'no pulan' (jullie/u).
Imperative
Gebruik imperatiefvormen zoals 'pule' (jij) en 'pulan' (jullie/u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'pulir' is regelmatig: puliría, pulirías, puliría, puliríamos, puliríais, pulirían.
Preterite
De pretérito indefinido van 'pulir' is regelmatig: pulí, puliste, pulió, pulimos, pulisteis, pulieron.
Imperfect
De imperfectum van 'pulir' is regelmatig: pulía, pulías, pulía, pulíamos, pulíais, pulían.
Present
De tegenwoordige tijd van 'pulir' is regelmatig: pulo, pules, pule, pulimos, pulís, pulen.
Future
De toekomende tijd van 'pulir' is regelmatig: puliré, pulirás, pulirá, puliremos, puliréis, pulirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng pulir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'pulir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent pulir in het Spaans?
pulir betekent "poetsen".
Is pulir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
pulir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je pulir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van pulir is: yo pulo, tú pules, él/ella/usted pule, nosotros pulimos, vosotros pulís, ellos/ellas/ustedes pulen.
Hoe vervoeg je pulir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van pulir is: yo pulí, tú puliste, él/ella/usted pulió, nosotros pulimos, vosotros pulisteis, ellos/ellas/ustedes pulieron.
