quemarVervoeging
quemar betekent branden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'quemar' is regelmatig: quemo, quemas, quema, quemamos, quemáis, queman.
Future
De toekomende tijd van 'quemar' is regelmatig: quemaré, quemarás, quemará, quemaremos, quemaréis, quemarán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'quemar' is regelmatig: quemaba, quemabas, quemaba, quemábamos, quemabais, quemaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'quemar' is regelmatig: quemaría, quemarías, quemaría, quemaríamos, quemaríais, quemarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'quemar' is regelmatig: quemé, quemaste, quemó, quemamos, quemasteis, quemaron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'quemar' gebruikt de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no quemes, no queme, no quememos, no queméis, no quemen.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'quemar' is: quema (jij), queme (u), quememos (wij), quemad (jullie), quemen (zij/u).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'quemar' volgt het regelmatige -ar patroon: queme, quemes, queme, quememos, queméis, quemen.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van 'quemar' is: quemara, quemaras, quemara, quemáramos, quemarais, quemaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng quemar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'quemar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent quemar in het Spaans?
quemar betekent "branden".
Is quemar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
quemar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je quemar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van quemar is: yo quemo, tú quemas, él/ella/usted quema, nosotros quemamos, vosotros quemáis, ellos/ellas/ustedes queman.
Hoe vervoeg je quemar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van quemar is: yo quemé, tú quemaste, él/ella/usted quemó, nosotros quemamos, vosotros quemasteis, ellos/ellas/ustedes quemaron.
