Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Indicative

Present

yorastreo
rastreas
él/ella/ustedrastrea
nosotrosrastreamos
vosotrosrastreáis
ellos/ellas/ustedesrastrean

Tegenwoordige tijd voor rastrear: rastreo (ik), rastreas (jij), rastrea (hij/zij/u), rastreamos (wij), rastreáis (jullie), rastrean (zij/zij allen/u allen).

Future

yorastrearé
rastrearás
él/ella/ustedrastreará
nosotrosrastrearemos
vosotrosrastrearéis
ellos/ellas/ustedesrastrearán

Toekomende tijd voor rastrear: rastrearé (ik), rastrearás (jij), rastreará (hij/zij/u), rastrearemos (wij), rastrearéis (jullie), rastrearán (zij/zij allen/u allen).

Imperfect

yorastreaba
rastreabas
él/ella/ustedrastreaba
nosotrosrastreábamos
vosotrosrastreabais
ellos/ellas/ustedesrastreaban

Onvoltooid verleden tijd voor rastrear: rastreaba (ik/hij/zij/u), rastreabas (jij), rastreábamos (wij), rastreabais (jullie), rastreaban (zij/zij allen/u allen).

Conditional

yorastrearía
rastrearías
él/ella/ustedrastrearía
nosotrosrastrearíamos
vosotrosrastrearíais
ellos/ellas/ustedesrastrearían

Conditionele tijd voor rastrear: rastrearía (ik/hij/zij/u), rastrearías (jij), rastrearíamos (wij), rastrearíais (jullie), rastrearían (zij/zij allen/u allen).

Preterite

yorastreé
rastreaste
él/ella/ustedrastreó
nosotrosrastreamos
vosotrosrastreasteis
ellos/ellas/ustedesrastrearon

Voltooid verleden tijd voor rastrear: rastreé (ik), rastreaste (jij), rastreó (hij/zij/u), rastreamos (wij), rastreasteis (jullie), rastrearon (zij/zij allen/u allen).

Imperative

Negative Imperative

no rastrees
ustedno rastree
nosotrosno rastreemos
vosotrosno rastreéis
ustedesno rastreen

Negatieve geboden voor rastrear: no rastrees (jij), no rastree (u), no rastreemos (wij), no rastreéis (jullie), no rastreen (zij/u allen).

Imperative

rastrea
ustedrastree
nosotrosrastreemos
vosotrosrastread
ustedesrastreen

Geboden met rastrear: rastrea (jij), rastree (u), rastreemos (wij), rastread (jullie), rastreen (zij/u allen).

Subjunctive

Present Subjunctive

yorastree
rastrees
él/ella/ustedrastree
nosotrosrastreemos
vosotrosrastreéis
ellos/ellas/ustedesrastreen

Tegenwoordige conjunctief voor rastrear: rastree (ik/hij/zij/u), rastrees (jij), rastreemos (wij), rastreéis (jullie), rastreen (zij/zij allen/u allen).

Imperfect Subjunctive

yorastreara
rastrearas
él/ella/ustedrastreara
nosotrosrastreáramos
vosotrosrastrearais
ellos/ellas/ustedesrastrearan

Verleden conjunctief voor rastrear: rastreara/rastrease (ik/hij/zij/u), rastrearas/rastreases (jij), rastreáramos/rastreásemos (wij), rastrearais/rastraseis (jullie), rastrearan/rastreasen (zij/zij allen/u allen).

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Breng rastrear van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rastrear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent rastrear in het Spaans?

rastrear betekent "volgen".

Is rastrear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

rastrear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je rastrear in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van rastrear is: yo rastreo, tú rastreas, él/ella/usted rastrea, nosotros rastreamos, vosotros rastreáis, ellos/ellas/ustedes rastrean.

Hoe vervoeg je rastrear in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van rastrear is: yo rastreé, tú rastreaste, él/ella/usted rastreó, nosotros rastreamos, vosotros rastreasteis, ellos/ellas/ustedes rastrearon.

Gratis afdrukbare referentie

rastrear vervoegingsspiekbrief

rastrear vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs