reanudarVervoeging
reanudar means hervatten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd conjunctief van 'reanudar' heeft twee vormen: reanudara/reanudase en reanudaras/reanudases, etc.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'reanudar' is: reanude, reanudes, reanudemos, reanudéis, reanuden.
Imperative
Negative Imperative
No reanudes, no reanude, no reanudemos, no reanudéis, no reanuden zijn de negatieve bevelen voor 'reanudar'.
Imperative
Reanuda, reanude, reanudemos, reanudad, reanuden zijn de bevelen voor 'reanudar'.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'reanudar' is: reanudaría, reanudarías, reanudaría, reanudaríamos, reanudaríais, reanudarían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'reanudar' is regelmatig: reanudé, reanudaste, reanudó, reanudamos, reanudasteis, reanudaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd (imperfecto) van 'reanudar' is: reanudaba, reanudabas, reanudaba, reanudábamos, reanudabais, reanudaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'reanudar' is: reanudo, reanudas, reanuda, reanudamos, reanudáis, reanudan.
Future
De toekomende tijd van 'reanudar' is: reanudaré, reanudarás, reanudará, reanudaremos, reanudaréis, reanudarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reanudar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reanudar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reanudar in het Spaans?
reanudar betekent "hervatten".
Is reanudar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reanudar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reanudar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reanudar is: yo reanudo, tú reanudas, él/ella/usted reanuda, nosotros reanudamos, vosotros reanudáis, ellos/ellas/ustedes reanudan.
Hoe vervoeg je reanudar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reanudar is: yo reanudé, tú reanudaste, él/ella/usted reanudó, nosotros reanudamos, vosotros reanudasteis, ellos/ellas/ustedes reanudaron.
