rebajarVervoeging
rebajar means verlagen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van rebajar gebruikt -ra of -se uitgangen: rebajara, rebajaras, rebajase, rebajáramos, rebajásemos.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van rebajar is regelmatig: rebaje, rebajes, rebajemos, rebajéis, rebajen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no rebajes, no rebajemos, no rebajen, no rebajéis, no rebaje.
Imperative
Het gebiedende wijs van rebajar is onregelmatig in de 'tú'-vorm (rebaja), maar regelmatig in andere vormen: rebajemos, rebajen, rebajad, rebaje.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van rebajar is regelmatig: rebajaría, rebajarías, rebajaría, rebajaríamos, rebajaríais, rebajarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van rebajar is regelmatig: rebajé, rebajaste, rebajó, rebajamos, rebajasteis, rebajaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van rebajar is regelmatig: rebajaba, rebajabas, rebajaba, rebajábamos, rebajabais, rebajaban.
Present
De tegenwoordige tijd van de indicatief van rebajar is regelmatig: rebajo, rebajas, rebaja, rebajamos, rebajáis, rebajan.
Future
De toekomende tijd van rebajar is regelmatig: rebajaré, rebajarás, rebajará, rebajaremos, rebajaréis, rebajarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng rebajar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rebajar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent rebajar in het Spaans?
rebajar betekent "verlagen".
Is rebajar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
rebajar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je rebajar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van rebajar is: yo rebajo, tú rebajas, él/ella/usted rebaja, nosotros rebajamos, vosotros rebajáis, ellos/ellas/ustedes rebajan.
Hoe vervoeg je rebajar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van rebajar is: yo rebajé, tú rebajaste, él/ella/usted rebajó, nosotros rebajamos, vosotros rebajasteis, ellos/ellas/ustedes rebajaron.
