recaudarVervoeging
recaudar means inzamelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'recaudara' of 'recaudase', drukt vroegere wensen, twijfels of hypothetische situaties uit.
Present Subjunctive
Gebruik 'recaude' (ik/hij/zij/u) of 'recaudes' (jij) in de tegenwoordige aanvoegende wijs voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + tegenwoordige aanvoegende wijs: 'no recaudes' (jij), 'no recauden' (jullie/u).
Imperative
Gebruik 'recauda' (jij) en 'recauden' (jullie/u) voor directe bevelen met recaudar.
Indicative
Conditional
De conditionele vorm 'recaudaría' drukt uit 'zou doen', beleefde verzoeken, of de toekomst vanuit het verleden.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van recaudar is regelmatig: recaudé, recaudaste, recaudó, recaudamos, recaudasteis, recaudaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd 'recaudaba' beschrijft gebruikelijke of doorlopende inzamelingsacties en achtergrond in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd 'recaudo', 'recaudas', 'recauda' beschrijft huidige of gebruikelijke inzamelingsacties.
Future
De toekomstige tijd 'recaudaré', 'recaudarás', 'recaudará' spreekt over toekomstige inzamelingsacties.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng recaudar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'recaudar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent recaudar in het Spaans?
recaudar betekent "inzamelen".
Is recaudar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
recaudar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je recaudar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van recaudar is: yo recaudo, tú recaudas, él/ella/usted recauda, nosotros recaudamos, vosotros recaudáis, ellos/ellas/ustedes recaudan.
Hoe vervoeg je recaudar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van recaudar is: yo recaudé, tú recaudaste, él/ella/usted recaudó, nosotros recaudamos, vosotros recaudasteis, ellos/ellas/ustedes recaudaron.
