recibirVervoeging
recibir betekent ontvangen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Recibir is regelmatig in de tegenwoordige tijd: recibo, recibes, recibe, recibimos, recibís, reciben.
Future
De toekomende tijd van recibir is regelmatig: recibiré, recibirás, recibirá, recibiremos, recibiréis, recibirán.
Imperfect
De imperfectum van recibir gebruikt standaard -ía uitgangen: recibía, recibías, recibía, recibíamos, recibíais, recibían.
Conditional
De conditionele van recibir is regelmatig: recibiría, recibirías, recibiría, recibiríamos, recibiríais, recibirían.
Preterite
De verleden tijd van recibir is regelmatig: recibí, recibiste, recibió, recibimos, recibisteis, recibieron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van recibir gebruikt de tegenwoordige tijd aanvoegende wijs: no recibas, no reciba, no recibamos, no recibáis, no reciban.
Imperative
Het gebiedende wijs van recibir is regelmatig: recibe (tú), reciba (usted), recibid (vosotros), reciban (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van recibir gebruikt 'a' uitgangen: reciba, recibas, reciba, recibamos, recibáis, reciban.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van recibir volgt het -iera patroon: recibiera, recibieras, recibiera, recibiéramos, recibierais, recibieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng recibir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'recibir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent recibir in het Spaans?
recibir betekent "ontvangen".
Is recibir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
recibir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je recibir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van recibir is: yo recibo, tú recibes, él/ella/usted recibe, nosotros recibimos, vosotros recibís, ellos/ellas/ustedes reciben.
Hoe vervoeg je recibir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van recibir is: yo recibí, tú recibiste, él/ella/usted recibió, nosotros recibimos, vosotros recibisteis, ellos/ellas/ustedes recibieron.
