Inklingo
Een heldere zon die schijnt boven een rustig, blauw bergmeer, met de bergen perfect zichtbaar op het wateroppervlak.

reflejar

weerkaatsen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord reflejar betekent weerkaatsen.

Tegenwoordige tijd:

yoreflejo
reflejas
él/ella/ustedrefleja
nosotrosreflejamos
vosotrosreflejáis
ellos/ellas/ustedesreflejan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedesreflejaran
yoreflejara
reflejaras
vosotrosreflejarais
nosotrosreflejáramos
él/ella/ustedreflejara

Verleden hypothetische situaties: reflejara, reflejaras, reflejáramos, reflejaran, reflejarais.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesreflejen
yorefleje
reflejes
vosotrosreflejéis
nosotrosreflejemos
él/ella/ustedrefleje

Wensen, twijfels, emoties: refleje, reflejes, reflejemos, reflejen, reflejéis.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no reflejes
vosotrosno reflejéis
ustedesno reflejen
nosotrosno reflejemos
ustedno refleje

Negatieve bevelen: no reflejes (jij), no refleje (u), no reflejemos (wij), no reflejen (jullie/zij), no reflejéis (jullie).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

refleja
vosotrosreflejad
ustedesreflejen
nosotrosreflejemos
ustedrefleje

Geboden: reflejá (jij), refleje (u), reflejemos (wij), reflejen (jullie/zij), reflejad (jullie).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedesreflejarían
yoreflejaría
reflejarías
vosotrosreflejaríais
nosotrosreflejaríamos
él/ella/ustedreflejaría

Hypothetisch/beleefd: reflejaría, reflejarías, reflejaríamos, reflejarían, reflejaríais.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedesreflejaron
yoreflejé
reflejaste
vosotrosreflejasteis
nosotrosreflejamos
él/ella/ustedreflejó

Voltooide acties in het verleden: reflejé, reflejaste, reflejó, reflejamos, reflejasteis, reflejaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedesreflejaban
yoreflejaba
reflejabas
vosotrosreflejabais
nosotrosreflejábamos
él/ella/ustedreflejaba

Doorlopende/gebruikelijke acties in het verleden: reflejaba, reflejabas, reflejábamos, reflejaban, reflejabais.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedesreflejan
yoreflejo
reflejas
vosotrosreflejáis
nosotrosreflejamos
él/ella/ustedrefleja

Huidige acties/waarheden: reflejo, reflejas, refleja, reflejamos, reflejáis, reflejan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedesreflejarán
yoreflejaré
reflejarás
vosotrosreflejaréis
nosotrosreflejaremos
él/ella/ustedreflejará

Toekomstige acties: reflejaré, reflejarás, reflejará, reflejaremos, reflejarán, reflejaréis.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng reflejar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reflejar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.