regalarVervoeging
regalar betekent cadeau geven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Het imperfectum van de conjunctief van 'regalar' wordt gevormd uit de stam van het preteritum: regalara, regalaras, regalara, regaláramos, regalarais, regalaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'regalar' gebruikt -e uitgangen: regale, regales, regale, regalemos, regaléis, regalen.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van 'regalar' gebruikt 'no' plus de vormen van de tegenwoordige conjunctief: no regales, no regale, no regalemos, no regaléis, no regalen.
Imperative
Het imperatief van 'regalar' wordt gebruikt voor bevelen: regala (jij), regale (u), regalad (jullie), regalen (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'regalar' is regelmatig: regalaría, regalarías, regalaría, regalaríamos, regalaríais, regalarían.
Preterite
Het preteritum van 'regalar' is regelmatig: regalé, regalaste, regaló, regalamos, regalasteis, regalaron.
Imperfect
Het imperfectum van 'regalar' volgt het standaard -aba patroon: regalaba, regalabas, regalaba, regalábamos, regalabais, regalaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'regalar' is regelmatig: regalo, regalas, regala, regalamos, regaláis, regalan.
Future
De toekomende tijd van 'regalar' gebruikt het hele werkwoord plus uitgangen: regalaré, regalarás, regalará, regalaremos, regalaréis, regalarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng regalar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'regalar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent regalar in het Spaans?
regalar betekent "cadeau geven".
Is regalar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
regalar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je regalar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van regalar is: yo regalo, tú regalas, él/ella/usted regala, nosotros regalamos, vosotros regaláis, ellos/ellas/ustedes regalan.
Hoe vervoeg je regalar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van regalar is: yo regalé, tú regalaste, él/ella/usted regaló, nosotros regalamos, vosotros regalasteis, ellos/ellas/ustedes regalaron.
