rehusarVervoeging
rehusar means weigeren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'rehusar' (rehusara/rehusase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'rehusar' (rehúse, rehúses, etc.) drukt twijfel, verlangen of emotie uit over het weigeren.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'rehusar' gebruiken 'no' + de tegenwoordige tijd van de conjunctief.
Imperative
Rehúsa (jij) en rehusad (jullie) zijn de onregelmatige gebiedende wijs vormen voor 'rehusar'.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'rehusar' is regelmatig: rehusaría, rehusarías, rehusaría, rehusaríamos, rehusaríais, rehusarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'rehusar' is regelmatig: rehusé, rehusaste, rehusó, rehusamos, rehusasteis, rehusaron.
Imperfect
De imperfecto (onvoltooid verleden tijd) van 'rehusar' is regelmatig: rehusaba, rehusabas, rehusaba, rehusábamos, rehusabais, rehusaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'rehusar' is regelmatig: rehúso, rehúsas, rehúsa, rehusamos, rehusáis, rehúsan.
Future
De toekomende tijd van 'rehusar' is regelmatig: rehusaré, rehusarás, rehusará, rehusaremos, rehusaréis, rehusarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng rehusar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rehusar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent rehusar in het Spaans?
rehusar betekent "weigeren".
Is rehusar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
rehusar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je rehusar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van rehusar is: yo rehúso, tú rehúsas, él/ella/usted rehúsa, nosotros rehusamos, vosotros rehusáis, ellos/ellas/ustedes rehúsan.
Hoe vervoeg je rehusar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van rehusar is: yo rehusé, tú rehusaste, él/ella/usted rehusó, nosotros rehusamos, vosotros rehusasteis, ellos/ellas/ustedes rehusaron.
