relacionarVervoeging
relacionar betekent relateren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van relacionar: relacionara, relacionaras, relacionara, relacionáramos, relacionarais, relacionaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van relacionar: relacione, relaciones, relacione, relacionemos, relacionéis, relacionen.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende commando's voor relacionar gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no relaciones, no relacione, no relacionemos, no relacionen, no relacionéis.
Imperative
Hetgebiedende wijs van relacionar is grotendeels regelmatig: relaciona, relacione, relacionemos, relacionen, relacionad.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van relacionar is regelmatig: relacionaría, relacionarías, relacionaría, relacionaríamos, relacionaríais, relacionarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van relacionar is regelmatig: relacioné, relacionaste, relacionó, relacionamos, relacionasteis, relacionaron.
Imperfect
De verleden tijd onvoltooid van relacionar is regelmatig: relacionaba, relacionabas, relacionaba, relacionábamos, relacionabais, relacionaban.
Present
De tegenwoordige tijd onvoltooid van relacionar: relaciono, relacionas, relaciona, relacionamos, relacionáis, relacionan.
Future
De toekomende tijd van relacionar is regelmatig: relacionaré, relacionarás, relacionará, relacionaremos, relacionaréis, relacionarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng relacionar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'relacionar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent relacionar in het Spaans?
relacionar betekent "relateren".
Is relacionar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
relacionar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je relacionar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van relacionar is: yo relaciono, tú relacionas, él/ella/usted relaciona, nosotros relacionamos, vosotros relacionáis, ellos/ellas/ustedes relacionan.
Hoe vervoeg je relacionar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van relacionar is: yo relacioné, tú relacionaste, él/ella/usted relacionó, nosotros relacionamos, vosotros relacionasteis, ellos/ellas/ustedes relacionaron.
