rematarVervoeging
rematar betekent afmaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'rematara' of 'rematase' (en de bijbehorende -ra/-se vormen) voor hypothetische of onzekere situaties in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'remate' (ik/hij/zij/u), 'remates' (jij), 'rematemos' (wij), 'rematen' (zij/jullie/u), 'rematéis' (jullie) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie, etc.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no remates' (jij), 'no remate' (u), 'no rematemos' (wij), 'no rematen' (jullie/zij), 'no rematéis' (jullie) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'remata' (jij), 'remate' (u), 'rematemos' (wij), 'rematen' (jullie/zij), 'rematad' (jullie) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van rematar is regelmatig: remataría, rematarías, remataría, remataríamos, remataríais, rematarían.
Preterite
De pretérito van rematar is regelmatig: rematé, remataste, remató, rematamos, rematasteis, remataron.
Imperfect
De imperfecto van rematar is regelmatig: remataba, rematabas, remataba, rematábamos, rematabais, remataban.
Present
De tegenwoordige tijd van rematar is regelmatig: remato, rematas, remata, rematamos, rematáis, rematan.
Future
De toekomende tijd van rematar is regelmatig: remataré, rematarás, rematará, remataremos, remataréis, rematarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng rematar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rematar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent rematar in het Spaans?
rematar betekent "afmaken".
Is rematar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
rematar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je rematar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van rematar is: yo remato, tú rematas, él/ella/usted remata, nosotros rematamos, vosotros rematáis, ellos/ellas/ustedes rematan.
Hoe vervoeg je rematar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van rematar is: yo rematé, tú remataste, él/ella/usted remató, nosotros rematamos, vosotros rematasteis, ellos/ellas/ustedes remataron.
