remitirVervoeging
remitir means verzenden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive (remitiera/remitiese) is voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
Gebruik de present subjunctive (remita, remitas, etc.) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de present subjunctive: no remitas, no remita, no remitamos, no remitáis, no remitan.
Imperative
Gebruik 'remite' voor tú, 'remita' voor usted, 'remitamos' voor nosotros, 'remitid' voor vosotros en 'remitan' voor ustedes.
Indicative
Conditional
De conditional van remitir is regelmatig: remitiría, remitirías, remitiría, remitiríamos, remitiríais, remitirían.
Preterite
De preterite van remitir is regelmatig: remití, remitiste, remitió, remitimos, remitisteis, remitieron.
Imperfect
De imperfect van remitir is regelmatig: remitía, remitías, remitía, remitíamos, remitíais, remitían.
Present
De present tense van remitir is regelmatig: remito, remites, remite, remitimos, remitís, remiten.
Future
De future van remitir is regelmatig: remitiré, remitirás, remitirá, remitiremos, remitiréis, remitirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng remitir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'remitir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent remitir in het Spaans?
remitir betekent "verzenden".
Is remitir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
remitir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je remitir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van remitir is: yo remito, tú remites, él/ella/usted remite, nosotros remitimos, vosotros remitís, ellos/ellas/ustedes remiten.
Hoe vervoeg je remitir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van remitir is: yo remití, tú remitiste, él/ella/usted remitió, nosotros remitimos, vosotros remitisteis, ellos/ellas/ustedes remitieron.
