rentarVervoeging
rentar means huren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de verleden tijd conjunctief vormen zoals 'rentara' of 'rentara' voor hypothetische situaties uit het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd conjunctief vormen zoals 'rente' en 'renten' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik ontkennende bevelen zoals 'no rentes' (jij) en 'no renten' (jullie/u) met 'no'.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'renta' (jij) en 'renten' (jullie/u) voor directe opdrachten.
Indicative
Conditional
Gebruik voorwaardelijke tijd vormen zoals 'rentaría' en 'rentarían' voor hypothetische situaties of beleefde verzoeken.
Preterite
Gebruik voltooid verleden tijd vormen zoals 'renté' en 'rentaron' voor voltooide acties in het verleden.
Imperfect
Gebruik onvoltooid verleden tijd vormen zoals 'rentaba' en 'rentaban' voor doorlopende of gebruikelijke huuracties in het verleden.
Present
Gebruik tegenwoordige tijd vormen zoals 'rento' en 'rentan' voor acties die nu gebeuren of voor regelmatig huren.
Future
Gebruik toekomende tijd vormen zoals 'rentaré' en 'rentarán' om over toekomstig huren te praten.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng rentar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent rentar in het Spaans?
rentar betekent "huren".
Is rentar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
rentar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je rentar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van rentar is: yo rento, tú rentas, él/ella/usted renta, nosotros rentamos, vosotros rentáis, ellos/ellas/ustedes rentan.
Hoe vervoeg je rentar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van rentar is: yo renté, tú rentaste, él/ella/usted rentó, nosotros rentamos, vosotros rentasteis, ellos/ellas/ustedes rentaron.
