repararVervoeging
reparar betekent repareren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De onvoltooid tegenwoordige tijd indicatief van 'reparar' is regelmatig: reparo, reparas, repara, reparamos, reparáis, reparan.
Future
De toekomende tijd van 'reparar' is regelmatig: repararé, repararás, reparará, repararemos, repararéis, repararán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd indicatief van 'reparar' is regelmatig: reparaba, reparabas, reparaba, reparábamos, reparabais, reparaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'reparar' is regelmatig: repararía, repararías, repararía, repararíamos, repararíais, repararían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'reparar' is regelmatig: reparé, reparaste, reparó, reparamos, reparasteis, repararon.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'reparar' gebruiken de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no repares (jij), no repare (u), no reparemos (wij), no reparen (jullie/zij), no reparéis (jullie - Spanje).
Imperative
Het gebiedende wijs van 'reparar' is: repara (jij), repare (u), reparemos (wij), reparen (jullie/zij), reparad (jullie - Spanje).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'reparar': repare, repares, repare, reparemos, reparen, reparéis.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs van 'reparar' (-ra vorm): reparara, repararas, reparara, reparáramos, repararais, repararan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reparar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reparar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reparar in het Spaans?
reparar betekent "repareren".
Is reparar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reparar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reparar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reparar is: yo reparo, tú reparas, él/ella/usted repara, nosotros reparamos, vosotros reparáis, ellos/ellas/ustedes reparan.
Hoe vervoeg je reparar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reparar is: yo reparé, tú reparaste, él/ella/usted reparó, nosotros reparamos, vosotros reparasteis, ellos/ellas/ustedes repararon.
