repasarVervoeging
repasar means doornemen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfectum conjunctief ('repasara', 'repasase') voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd van de conjunctief ('repase', 'repasen') na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Vorm negatieve bevelen met 'no' + de tegenwoordige tijd van de conjunctief, zoals 'no repases' (niet doornemen).
Imperative
Gebruik 'repasar'-bevelen zoals 'repasá' (jij, informeel) om iemand direct te vertellen wat te doen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'repasar' is regelmatig: repasaría, repasarías, repasaría, repasaríamos, repasaríais, repasarían.
Preterite
De pretérito perfecto simple van 'repasar' is regelmatig: repasé, repasaste, repasó, repasamos, repasasteis, repasaron.
Imperfect
De imperfectum van 'repasar' is regelmatig: repasaba, repasabas, repasaba, repasábamos, repasabais, repasaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'repasar' is regelmatig: repaso, repasas, repasa, repasamos, repasáis, repasan.
Future
De toekomende tijd van 'repasar' is regelmatig: repasaré, repasarás, repasará, repasaremos, repasaréis, repasarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng repasar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'repasar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent repasar in het Spaans?
repasar betekent "doornemen".
Is repasar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
repasar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je repasar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van repasar is: yo repaso, tú repasas, él/ella/usted repasa, nosotros repasamos, vosotros repasáis, ellos/ellas/ustedes repasan.
Hoe vervoeg je repasar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van repasar is: yo repasé, tú repasaste, él/ella/usted repasó, nosotros repasamos, vosotros repasasteis, ellos/ellas/ustedes repasaron.
